Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 134

3 minuten leestijd

108

G. A. LINDEBOOM

chiatrie niet langer volkomen afgescheiden gebieden van en in de geneeskunde zijn, doch weer in levende verbinding treden met de geneeskunde als geheel; dat in het onderwijs aan de medische psychologie niet langer een plaats blijft ontzegd. Toch is er reden voor om deze nieuwe menselijke figuur enigszins nader te beschouwen. Hij treedt ons tegemoet uit de rijke levende natuur. In de schemer van den achtergrond bemerken we een langen stoet van voorouders, aan het hoofd waarvan, met half opgerichten gang, de fameuze Pithecanthropus erectus statig voorwaarts schrijdt. Waarom ook niet? Wanneer de Schepper van den mens de vrouw maakte uit een rib van de man, wat lèt dan professor Eugene Dubois een pithecanthropus te maken uit een dijbeen en een onderkaak? In elk geval — deze mens komt uit de natuur, en is natuur, hij is een homo natura, een natuurproduct, en zó kan hij ook in ziekte alleen leven, worden verstaan. Allerlei natuurlijke factoren bepalen zijn leven en lot. Daar is allereerst de erfelijkheid. De mens heeft zijn eigenschappen meegekregen; alle, ook de psychische, worden overgedragen in de chromosomen der kiemcellen. Zijn lichaamsbouw is van te voren bepaald, al zal een goede voeding, ook met voldoende eiwitten, de lengte bevorderen. Maar voor aangeboren afwijkingen is hij niet gevrijwaard, en de wetten zijn bekend, waarlangs erfelijke ziekten zich in de rij der geslachten manifesteren. Ook de geestelijke elementen van zijn bestaan hangen rechtstreeks met die zijner voorouders samen. Het intellect kan minder dan normaal zijn, zoals het dat is bij debielen en imbecillen. Het karakter kan gestoord zijn, zoals bij psychopathen. De neiging tot geestesziekte kan aanwezig zijn. De herediteit kan een zware erfelijke belasting zijn en soms hangt de erfelijkheid als een duistere doem over een geslacht. Na de erfelijkheid, als bepalende factor de omgeving, het milieu! De mens staat in voortdurende wisselwerking met de buitenwereld, allerlei invloeden werken op hem in. De invloeden van buiten zijn van allerleid aard. Daar zijn physische factoren als klimaat en voeding. Temperament, werkwijze en levensideaal van den Oosterling zijn geheel anders dan bij den Westerling. Een onvoldoende voeding in' de vroege jeugd ondermijnt het gestel. Daarnaast is echter het sociale milieu van het allergrootste belang. Ouders, die in de gelegenheid zijn hun kinderen een gelukkige jeugd te bezorgen, geven hui een onschatbaar kapitaal mede, dat een leven lang rente afwerpt en hun later menige tegenslag kan doen verdragen. Zij beschikken

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 134

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's