Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 71

3 minuten leestijd

MICHAEL SERVET

55

burgh. Eerst in 1697 heeft W. Wolton er de aandacht op gevestigd in de voorrede van zijn boek : Reflections upon ancient and modern learning. Servet geeft die beschrijving op blzz. 170 en 171 van zijn Restitutio, en hij verbindt haar enerzijds met zijn theologische antitrinitarische opvattingen, anderzijds met Galenus' opvatting van de bloedsbeweging. Zijn betoog spreekt ons in het geheel niet aan. Servet wil namelijk bewijzen, dat de substantie van de geschapen geest van Jezus Christus toegevoegd was aan den Heiligen Geest. Hij herinnert er aan, dat God den adem, dat is de ziel, in den mens inblies, en dat volgens het Oude Testament het bloed de ziel is. De ziel is dus als het ware iets materieels, en deze conceptie wordt nu in verband gebracht met de spiritus-leer van Galenus. Om dit verband goed te doen zien, geeft hij dan, bijna terloops, de beschrijving van de circulatie van het bloed door de longen. De opvattingen van Galenus (130—200 na Chr.) beheersten toen nog geheel het geneeskundig denken, ook voor wat betreft de vorming en beweging van het bloed. Galenus had een uitgewerkte leer van de levensgeesten, de spiritus, die wij ons slechts met grote moeite kunnen indenken. Enig begrip daarvan is echter nodig, wil men het belang van de ontdekking der kleine of long-circulatie kunnen vatten. Stellen wij allereerst vast, dat, terwijl voor het modern besef het hart alleen dient als een pomp voor de beweging van het bloed en dus alleen een haemodynamische functie heeft, volgens Galenus het hart ook deel neemt aan de vorming van het bloed. Deze voorstelling is door niemand in de 16de eeuw overwonnen. Terwijl de Ouden, op grond van het feit, dat de slagaderen na den dood geen bloed bevatten, aanvankelijk aannamen, dat ook tijdens het leven er zich lucht in bevond (hetgeen ook hun dikke wand moest verklaren, en de naam arteriën (van aer-lucht) verklaart), nam Galenus aan, dat in de arteriën bloed en fijn verdeelde lucht circuleerde. Die lucht was een levensgeest. Galenus kende drie spiritus: lo. de spiritus animalis, die van de hersenen uit bliksemnel door de zenuwen schiet; deze is voor ons thans niet van belang; 2o. de spiritus vitalis, die gevormd werd in de linkerkamer van het hart en zich in de arteriën bevindt (hij is te vergelijken met het arteriële bloed); 3o. de spiritus naturalis, welke in de lever wordt gevormd uit de chylus, welke de poortader uit de darmen aanvoert. De spiritus naturalis, te vergelijken met het aderlijke bloed, komt in de holle aders van het lichaam. Al gewaagt hij wel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 71

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's