1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 269
WAT IS DE MENS?
231
zijn beschreven als de neantisatie (vernieting) van het object. Le poursoi n'est pas ce qu'il est et il est ce qu'il n'est pas. Het bewustzijn is enkel het besef niét het andere te zijn. Wanneer wij onze relatie ten opzichte van de psycho-analyse nader existentieel bekijken, dan zien wij dat ook hier het gevaar dreigt van wat wij kunnen noemen een zekere neantisatie. In het bepalen van onze positie isoleren wij een bepaalde visie op de mens en daarmee tegelijkertijd de groep welke deze visie deelt. In deze vernieting onderscheiden wij ons zo van deze groep, maar in deze onderscheiding scheiden wij ons in werkelijkheid af en richten zelf een scheidsmuur op. Vernieting betekent hier zo licht vernietiging. In het isoleren van andere groepen isoleren wij onszelf. In het niet accepteren van het andere, in het niet willen hebben, trekken wij ons terug op het eigen hebben, stollen wij zelf tot bezit, waarbij ons „zijn" zich identificeert met het hebben, in welk bezit de mens tegelijkertijd dreigt op te gaan. In dit zich onderscheiden van de ander, treedt wezenlijk iets gemeenschappelijks op, dat wij zouden kunnen betitelen als het haeretische in de mens. In ons oordeel over de psycho-analyse schakelen wij onszelf niet uit. Dit is in overeenstemming met datgene wat Merleau Ponty o.m. duidelijk heeft aangetoond, nl. dat bij elke waarneming de mens zichzelf niet kan elimineren. Conscience en wereldervaring behoren bij elkaar. De wijze van het in de wereld zijn varieert van mens tot mens. De aandacht wordt geleid door de zorg, met als gevolg dat de |ene mens aan hetzelfde voorwerp geheel andere aspecten opmerkt dan de andere. De aandacht, ook de intentionaliteit is een zijnswijze van de mens. Mijn attitude existentiëlle kan zich van ogenblik tot ogenblik wijzigen, zij is de wijze waarop ik in de wereld ben. Er is een materialistische theorie die leert, dat de hersenen gedachten afscheiden. In anthropologische zin kunnen wij zeggen, dat de mens bij zijn bezit is, niet zelden in zijn bezit opgaat. Hij gaat dan op in de excrementele wereld. Zoals de mens voedsel tot zich neemt, hetwelk met behulp van de lichaamsprocessen tot materiële excrementen omgezet wordt, zo ontwerpt de mens zelf zijn wereld, hij kiest zijn milieu en bouwt daarmede zijn excrementele wereld op. Niet zelden gaan producten van anderen onverteerd door hem heen. Wanneer de psycho-analyse van anale phase spreekt, dan blijkt ook hier weer sprake te zijn van een symbolische reductie. Anale phase betekent slechts een eerste aanloop naar een verhouding tot de wereld, waarin sprake is van een anthropologisch bezitsprobleem, waar de mens gestold is tot vormsels,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's