1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 138
112
G. A. LINDEBOOM
nog weet heeft van een hogere werkelijkheid, dan die welke de zintuigen hem ontsluiten. De mens is niet alleen een natuurlijk, maar ook een geestelijk wezen. Hij heeft zijn spiritualiteit, en de geest is het specifiek-menselijke, waarin hij zich van het dier onderscheidt, waardoor hij deel kan hebben aan het rijk van het goede en ware en schone. Hierin beleeft hij aan zichzelf de vrijheid om beslissingen te nemen en een keuze te verrichten, en weet hij zich ook verantwoordelijk voor zijn daden. De stem van zijn geweten spreekt in hem, hij ervaart de werkelijkheid van zonde en schuld, en gevoelt zich aangesproken vanuit een hogere orde, waaraan hij verantwoording moet afleggen. Door zijn geest heeft de mens ook het vermogen om „neen" te zeggen tegen de drang van zijn vitaliteit. Hij is volgens Scheler, onder de levende wezens, de enige principiële Nein-sagen-könner. Voor Ludwig Klages ligt hierin een gevaar voor den vitalen mens. De geest is een Widersacher der Seele, en beperkt en beknot het vitale leven. Er is inderdaad in het wezen van den gevallen mens een voortdurende tweespalt tussen geest en ziel, of, zoals Paulus het uitdrukt, tussen den pneumatischen en den psychischen mens. Het goede, dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik. Hier ligt reeds een waarheid, die ook voor de geneeskunde van belang is. „Wie tegen den Schepper zondigt", staat er al in Jezus Sirach, „valt den arts in handen". Het is niet maar zo, dat de mens, naar Freud's conceptie ziek kan worden in de verdringing van zijn sexualiteit; dat is slechts de halve waarheid. De mens kan ook aan deze tweespalt gaan lijden in ziekte, wanneer hij bewust normen, die hij erkent en aanvaardt, overtreedt en veronachtzaamt. De discrepantie tussen wat hij moet doen en moet zijn, en wat hij in werkelijkheid doet en is, kan ziekte tengevolge hebben. Bij de beschouwing van neurosen en psychosomatische aandoeningen mag men dit zeker niet buiten beschouwing laten. De ethiek van den patiënt spreekt in de geneeskunst een woord mee. Maar ook afgezien daarvan, mag men nimmer vergeten, dat de ziekte niet iets is, dat zich alleen in het lichaam afspeelt. De gehele mens is er bij betrokken. Ziek-zijn is voor den mens en existentiële belevenis, waarin hij voor een zeer persoonlijk, onuitwijkbaar probleem wordt gesteld. De mens kan door de ziekte gedreven worden in een crisis. Hij kan aan de angst en wanhoop ten prooi geraken, de angst yoor de vernietiging van zijn gehele bestaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's