Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 272

2 minuten leestijd

234

F. J. TOLSMA

van waaruit de uitgangen des levens zijn en dat op God gericht, dan wel van Hem afgekeerd kan zijn. De wijsbegeerte der wetsidee heeft een open oog voor de mens in de wereld, maar zij reduceert de anthropologische werkelijkheid van de mens in de wereld tot een vlechtwerk, waarin de mens in zijn concrete zijn verstrikt dreigt te geraken. Ook hier vinden we evenwel weer een aanloop tot opheffing der stratificatie in de individualiteitsleer. De moderne wijsbegeerte heeft ons verder doen zien, dat bij introspectie de mens zichzelf steeds weer ontsnapt. Zelfs het meest breedvoerige dagboek doet ons de werkelijke mens niet kennen. Uitvoerige zelfanalyses als van Rousseau leggen hoogstens een bepaalde structuur bloot. Het schijnt verder even wezenlijk voor de mens te zijn dat hij zichzelf openbaart, dan dat hij zichzelf verbergt. Het geheim, dat elk mens met zich meedraagt, qualificeert hem dikwijls meer dan datgene, waarin hij zich prijs geeft. De mens is verder ook benaderd vanuit andere indelingen. We kennen de horizontale indeling in de tijd, de mens als verleden, heden en toekomst. Deze driedeling komt anthropologisch verdiept in steeds nieuwe vormen naar voren. Van der Horst ziet 3 wezenlijke aspecten in de mens: de gebroken existentie, de ethische imperatief en de heilsverwachting. Men ziet in het eerste overwegend het verleden, in het tweede het heden en in het laatste de toekomst weers|3iegeld. Het verleden nu komt in verschillende vormen tot ons, het is datgene wat onder een ruim gezichtspunt tot bezit is gestold, het ligt opgestapeld in datgene wat we ons bezitsterritorium zouden kunnen noemen, het ene is veraf, nauwelijks waarneembaar, het andere is zo dicht bij ons, dat wij hetzelf soms schijnen te zijn. Dit geldt vooral voor datgene waar we ons in vastgebeten hebben, het is niet zelden dat bezit, hetwelk we onszelf als wereldbeschouwing eigen gemaakt hebben, dat we als een slakkenhuis met ons mee kunnen dragen. Bezit laten we ons niet ontnemen. We stellen onze ruimte in staat van verdediging. De mens, die de toekomst voor zich afsluit, alleen maar met en voor zijn bezit leeft, noemden we de haeretische mens. Hij sluit zich met zijn bezit af van de omgevende ruimte in een soort egelstelling, verdedigt zich met alle toelaatbare of soms ontoelaatbare vormen tegen elke werkelijke of vermeende bedreiging of weerstand. Een bijzondere plaats in de wereld neemt het lichaam in. We heb-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 272

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's