Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 193

3 minuten leestijd

159

ZONDE EN ZIEKTE

primaire kennis toereikend: het doet weinig ter zake of een verfijnde aanduiding al dan niet gegeven kan worden, het fundamentele besef van ziekzijn is aanwezig ook bij degenen, die niet tot nadere precisering in staat zijn. II. Hiermee is een zeker houvast verkregen: het ontische ziekzijn wordt begeleid door het gnotische besef van ziekzijn. (Randgevallen behoeven ons hier niet op te houden: de man die zich altijd „beroerd" voelt en niettemin heel wat werk verzet en een hoge leeftijd bereikt, of de vrouw die zich zeer fit voelt tot een uur vóór haar dood, terwijl vastgesteld kan worden dat ze reeds jaren aan een ernstige kwaal leed). Dit dwingt ons tot de methodische vraag: kan dit besef als uitgangspunt dienen bij een onderzoek naar de aard van het ziekzijn? Zo ja, dan fungeert dit besef als p h a e n o m e e n in de wijsgerig-technische zin van het woord: het is het voor de kennis eerst- en wellicht enig-gegevene. Nemen we dit standpunt in, dan hebben we ten aanzien van de kwestie die ons bezig houdt een belangrijke beslissing genomen, en daarmee tevens andere beslissingen uitgesloten. Weliswaar schijnt het een onvermijdelijke beslissing te zijn: we bereiken het ontische nooit anders dan door het gnotische heen, zelfs kan men de vraag stellen, of we het ontische wel ooit anders naderen, zodat we het ontische slechts bereiken voor zover het gnotische ons dat toestaat. Maar bij nader toezien blijkt deze beslissing toch zo onvermijdelijk niet te zijn. Ten eerste kan men, al betekent dit principieel weinig, er op wijzen dat de wereld van onze kennis verwijst naar iets anders dan kennis: onze kennis postuleert iets dat kenbaar, maar géén kennis is. Deze tegenwerping heeft waarde, zij het betrekkelijke waarde. Aan een iets dieper onderzoek onderworpen blijkt deze waardering van het phaenomeen mank te gaan aan een vrij sterk positie-kiezen in het subjectieve, waarbij het de vraag is of deze positie terecht is gekozen : het vermoeden rijst dat deze keuze wel zeer plausibel, en tevens hoogst aanvechtbaar kan zijn. Wat ons onderwerp aangaat ligt de zaak nog eenvoudiger: voor het ziekzijn zijn we niet op het kennis-phaenomeen aangewezen, juist omdat ziekzijn zo diep in ons menszijn ligt. Het is een desintegratie van ons z ij n, zodat de kennis hier geen onaanvechtbare informatie leveren kan, daar zij immers in genoemde desintegratie moet delen. Vandaar, dat de aberraties van het ziektebesef ons noch verwonderen, noch verschrikken: we hadden niet anders verwacht. Laat dit

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 193

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's