1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 279
WAT IS DE MENS?
241
nen we evenwel niet bezitten, maar het is een levende, vernieuwende kracht, welke slechts in ware gemeenschap opbloeit. De mens tendeert verder naar zijn bestemming. De mens in deze wereld is steeds de mens in nood, de bestemmingsverlorene, gevolg van de gebroken existentie. Er blijft hem slechts een hoop, dat hij zichzelf zal terugvinden in de ware gemeenschap met Christus. Het is mijn overtuiging, dat de mens in de wereld zichzelf niet vindt, hoe hij zichzelf ook inbeeldend moge voorstellen te zijn de heroïsche mens, de dionysische dan wel de depressieve. Hij blijft slechts een beelddrager Gods; in de gebroken existentie ziet hij slechts zijn vertrokken beeld. Hij heeft het zicht op zichzelf en op de werkelijkheid verloren. In de mythe van het verloren paradijs weerspiegelt zich de werkelijkheid van het verlies van de mens zelf. Wij geloven dat de mens wederom zichzelf wordt, indien hij zijn bezit voortdurend transcendeert door in het licht van de Bijbel te tenderen naar de herschepping, totdat hij eenmaal zijn onbekende bestemming zal bereikt hebben. Uitstijgend boven de groep naar de oecumeniciteit kan de mens vanuit deze laatste komen tot een herwaardering van de eerste. Dit geldt ook van de wijsbegeerte der Wetsidee, waarin wij zien een worsteling de subjectobjectsplitsing te overwinnen, waarin men rekening houdt met het hart van de mens als centrum van de existentie, mits men zich voor ogen houdt, dat tenslotte de individuele mens ook hier aan het systeem ontsnapt, ongrijpbaar blijkt te zijn, te dynamisch is om hierin vastgelegd te worden. Zo bevindt zich elke mens als het ware op de grens van gemeenschap en secte, van spel en ernst. In de secte vallen heden en toekomst samen in het verleden. De gemeenschapsmens stelt zich open voor de toekomst, in de persoonlijke ontmoeting met het Woord tracht hij steeds te transcenderen naar zijn ware bestemming, welke evenwel verborgen blijft in Gods hand. We citeren Gusdorf hier nog eens: „La vie personnelle n'est pas un donné, une réalité toute prête, achevée une fois pour toutes, mais une destinée". De zelfopenbaring van de mens komt niet tot stand in zijn dagboek, maar de mens wordt veel meer op zichzelf teruggeworpen in de tegenspraak, resp. aanspraak, in de ontmoeting met de andere, mits die andere niet eveneens in de schematisering lijdt en daardoor atrophieert. Zo is daar ook de relatie tot Gods Woord, als het gans Andere, appelerend aan onszelf. Ook dit Woord kunnen we schematiseren en het van zijn rijkdom beroven. Een geïnteresseerd zijn bij het Woord, het liefdevolle gelovig zich openstellen voor het Woord van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's