1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 139
DE MENS IN DE GENEESKUNDE
113
In de ziekte kan zijn lichamelijkheid den mens tot een probleem worden. De mens, niet de ziel, doch de mens drukt zich in en met zijn lichaam uit, en door het lichaam, de spraak en het gehoor, het gezicht en de reuk, de aanraking en het gebaar, treedt hij in gemeenschap met anderen. Maar daarvan wordt de gezonde zich ternauwernood bewust. Het lichaam gehoorzaamt binnen redelijke grenzen aan zijn wil, en is hem een willig instrument. Ook in de ziekte drukt de mens zich uit. Bij een zelfde ziekte, bij voorbeeld een longontsteking, kan het ziektebeeld zeer wisselen. Het loopt uiteen, door de graad en de uitbreiding van de afwijking, maar het verschilt ook door de reactie van den lijder op zijn ziekte. Er zijn bij voorbeeld mensen, die bij een prikkelhoest zich opwinden en de keel gaan schrapen en met alle geweld iets willen opbrengen, zodat de slijmvliezen onnodig geïrriteerd raken en er een vicieuze cirkel ontstaat, die de ziekteverschijnselen bijzonder verergert. ^'Iaar nog anders komt in de ziekte het vraagstuk der lichamelijkheid naar voren. Menigeen, die, tevoren geheel gezond, plotseling ziek werd, wendt zich wel tot den dokter met de vraag: hoe kom ik er af, maar dikwijls ook vraagt hij ten hoogste verwonderd: hoe kom ik daar nu toch aan? Ik ben toch nooit ziek. De gezondheid is blijkbaar niet een zo zeker bezit, als hij altijd gedacht had. Zijn lichamelijk welzijn is een grootheid, die zo maar aangetast kan worden. En dan komt het aover, dat het lichaam, dat eerst zo goed zijn dienst deed, nu, bij tijden misschien, den dienst weigert. Men wordt benauv.'d bij lopen of trappen klimmen, en, als meri( met alle geweld wil doorzetten, wordt het nog erger. De man, die door een beroerte een verlamming kreeg, klaagt: dat pootje wil niet meer, zoals ik wil. Men krijgt dan opeens meer begrip voor die oude opvatting van Plato, die het lichaam als een kerker, als beperking, als hindernis zag. Zo kan de mens er in zijn ziekte toe komen over den zin der lijfelijkheid na te denken. Alleen de mens kan zich tegenover zijn lichaam stellen, het maken tot object van een beschouwing. Eerder nog, veelal nauwelijks bewust, zeker niet opzettelijk, bepaalt de lijder zijn houding tegenover de ziekte. Deze is in zijn leven gekomten, legt hem beperkingen op, werpt hem op het ziekbed, belemmert zijn bewegingen, doet hem zich wentelen in pijn, en vernietigt soms zijn vooruitzichten. De houding van den mens tegenover zijn ziekte kan zeer verschillend zijn. Het kan zijn. dat hij haar eenvoudig niet aanvaardt. Hij accepteert de ziekte niet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's