1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 198
164
K. J. POPMA
des velds" eet, maakt zich het gestorvene ten nutte. Dit van zijn levenswcrtel afgesneden plantenleven heeft een zekere marge, waarbinnen de eetbaarheid zich presenteert. Die marge is breder of smaller, de ene spijs is lichter bederfelijk dan de andere, en die marge kan door bevriezing, opsluiting, inpekeling e.d. kunstmatig verlengd worden. Toch blijft het een marge tussen leven en vergaan, en zij is getypeerd door afgesnedenheid van de levenswcrtel. Ten aanzien van het dierenrijk zien we iets duidelijker, dat ons leven zich voedt met de dood van het dier. ^ƒaar als we een totaal overzicht pogen te bereiken, dan zien we de mens naar alle zijden omgeven door een voedingsverband: de mens in zijn zorg, het doodgaan terug te dringen, boort velerlei hulpbron aan uit zijn omgeving: de frisse lucht en het koele water, fruit en graan, en voorraden die in het dierlijk leven een bepaalde zin hebben, en die zin door uitbreiding overschrijden ten bate van mensenvoedsel: melk en eieren. Ons zacht eitje is een bijna humoristisch grensgeval: gemeten aan de eisen van voortbestaan der betrokken diersoort in het ei vaak een overtolligheid, maar het fungeert zinvol in het menselijk spijsverband; vergelijken we het met de vleesvoorziening, dan worden we opmerkzaam op een offer, al is dit woord hier sterk overdrachtelijk van betekenis: het dier ,,offert" zijn leven ten bate van menselijk spijsverband. Zo ,,offert" ook de kip haar procreatieve macht, en de koe haar zoogvermogen ten bate van mensenleven; en deze beide laatste voorbeelden zijn minder overtuigend. Maar ook het spijsverband staat niet op zich zelf; het is een stuk wereld. Het is één der blijken van de samenhang tussen mens en wereld, mens en omgeving, en er zijn andere blijken van die samenhang: het verband tussen mensenbestaan en zonneschijn, mensenleven en landschap, mens en aarde. De mens bestaat in zijn wereldomgeving, de omgeving presenteert zich als bruikbaar, vormbaar, exploiteerbaar. De wereld fungeert als voorraad en mogelijke voorraad, die aangesproken, opgetast, gekapitaliseerd kan worden; soms is ze voorraad van nature, soms woi'dt onze tot voorraad herleid, en er schuilt geen overmoed in de zienswijze, dat ook de dieren des velds onze voorraadschuren zijn. En de omgeving zelf biedt voorbeelden: de planten teren op de aarde, mergelen haar uit, soms echter bevruchten ze haar ook weer; planten teren op planten, dieren op planten, dieren op dieren. In hoeverre heeft dit alles met ziekte en dood te maken, en in hoeverre met zonde? Zeker is wel, dat mens en wereld zó nauw aan elkaar zijn verbonden, dat de val des mensen de wereld meesleept. Daarvan zegt de Schrift: de aarde is om uwentwil vervloekt. Hier vin-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's