Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 112

3 minuten leestijd

90

J. LEVER

In de 7e Zondag van de Heidelberger Catechismus vinden wij hierop het antwoord : „Een waar geloof i s . . . . een stellig weten of kennis, waardoor ik alles voor waarachtig houdc dat ons God in Zijn Woord geopenbaard h e e f t . . . . " Het geloof is dus een stellig weten. En hoewel dit „weten" van een andere aard is dan dat wat de biologie langs waarnemende en experimentele weg verkrijgt, is het, in de gevallen dat beide vormen van „weten" zich op dezelfde werkelijkheid betrekken, voor een Christen dus „wetenschappelijk" om op de problematiek het volle licht van de Bijbel te laten vallen. Dat betekent dus dat wij ook bij de studie van fossielen en mensapen vasthouden dat God de eerste mens heeft geformeerd. Hoe God dat gedaan heeft is een mysterie waarvan wij slechts weten dat hierbij iets essentieel nieuws ontstond. Iets dat er tevoren nog niet was. En al heeft de eerste mens dus nog meer op een mensaap geleken dan wij, of al zou God zelfs, ik stel het zeer extreem, een mensaap hebben gebruikt om de mens te maken, het essentiële van het menszijn was radicaal nieuw, was totaal anders dan het essentiële van alle mensapen welke er toentertijd leefden. Ook dit mens-zijn heeft in bepaalde opzichten natuurlijk zijn ontwikkeling, zijn ontplooiing, zijn ontsluiting in alle mogelijkheden pas door vele eeuwen heen doorgemaakt. Daarom moeten v/ij de mogelijkheid niet bij voorbaat uitsluiten dat wij bij vele der besproken fossielen inderdaad met resten van onze stamboom te maken hebben. Het mensenleven der eerste mensen kan in bepaalde opzichten wel heel wat simpeler geweest zijn dan het onze. Maar het constateren hiervan is geen bewijs voor een generale evolutie van alle typisch menselijke eigenschappen uit die van de mensapen. Prof. Vollenhoven deed mij onlangs een heldere onderscheiding aan de hand. Wij kunnen verschil maken tussen evolutie, wat betekent autonome ontwikkeling van het essentieel hogere uit het lagere, en eüolvering, wat inhoudt een ontplooiing van wat reeds in kiem is gegeven. Evolutie, en dus ook het autonome ontstaan van de gehele mens uit een dier, is voor ons onaanvaardbaar. Het staat op één plan met de gedachte dat het leven door autonome krachten uit de levenloze materie is voortgekomen. Evolutie in deze zin en schepping sluiten elkander uit. Evolvering is iets anders; het is een nadere uitwerking van het in het geschapene aan mogelijkheden gelegde. Tegenover het evolutionisme staat dus het creationisme, dat de schepping van ieder essentieel nieuw aspect in deze wereld aan God toeschrijft en dat voor een evolvering van dit geschapene onder Gods

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 112

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's