1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 270
232
F. J. TOLSMA
tot zijn vormsels, waarin hij niet zelden opgaat. Deze bezitsvorming ligt niet alleen in de materiele sfeer, maar evenzeer in de geestelijkdogmatische. Zoals we in elke analyse een soort profanatie kunnen zien, zo moeten we ook de nadruk leggen op het feit, dat elke uiting van de mens niet de mens zelf is. Het is Sartre die hier op duidelijke wijze zijn bedenkingen laat horen: ,,Mais, précisement si je me représente, je ne Ie suis point, j'en suis séparé comme l'objet du sujet, séparé par rien, mais ce rien m'isole de lui. Je ne puis l'être, je ne puis que jouer a l'être, eest a dire m'imaginer que je Ie suis". Behalve vanuit het onbewuste kan de mens wetenschappelijk gezien worden als een gelaagd wezen. We memoreren slechts enkele van de vele stratificatie-theorieën. De mens wordt hier beschouwd als een individualiteit, die op grond van de theorie verdeeld wordt in verschillende richtingen. We kennen bijv. een verticale indeling, welke steunt op de tegenstelling boven-onder, of in een meer gangbare terminologie hoger-lager. We zien haar allereerst op een zuiver anatomisch-physiologisch niveau; de verdeling in schors, stam en het slechts tot reflexen in staat zijnde ruggemerg is overbekend. De schors op haar beurt wordt weer verdeeld in een ouder en jonger gedeelte, waarbij tevens een phylogenetische beschouwing zijn intrede doet, het oude is functioneel lager en het nieuwe hoger, zodat er tegelijkertijd een evolutionistische positiviteit doorheen klinkt. Het lagere is meestal de wereld der driften en hartstochten, blindelings aan de persoonlijkheid ontspringend, hoogstens verankerd in de constitutie, met daarop gesuperponeerd de hogere mens, de ethische, intellectuele resp. religieuze mens. Aan de mens speelt zich een innerlijke tweestrijd af tussen het hogere en het lagere. Afhankelijk van het wijsgerige standpunt dat men inneemt, ziet men het bewuste als de bedwinger van het onbewuste, creëert men de tegenstelling tussen geest en leven (Klages), of geeft men de grootste macht aan het onbewuste, dat krachtig genoeg is om de naïeve werkelijkheid te deformeren tot een slechts in schijn aanwezige werkelijkheid. In de Franse litteratuur heeft men de terminologie omgekeerd gebruikt waar men spreekt van een personalité profonde en superficielle. Hoog en laag evenwel is niet hetzelfde als oppervlakkig en diep. Iemand, die oppervlakkig leeft is weinig in de wereld geworteld, terwijl iemand, die diep leeft op een diepgaande wijze met de problemen bezig is, hij is in bredere zin diepzinnig. Men kent aan hem tevens een zekere ethische diepgang toe.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's