Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 234

4 minuten leestijd

200

BOEKBESPREKING

idee, om vervolgens nader m te gaan op de vragen omtrent de tijd De tijd en het menselijk hart, en eeuwigheid en tijd vormen de inhoud van de laatste hoofdstukken Mijn indruk van dit boek is niet in een enkel woord weer te geven Overwegend is toch, wat mij bij Spier reeds eerder opgevallen is, dat hij bij zijn lofwaardig streven om de wijsbegeerte der wetsidee dichter bij de mensen te brengen, met ontkomt aan een zekere schematisering Het comprimeren overweegt m zijn methode n 1 boven het selecteren Daardoor verliest hij met zelden iets van de levende inhoud De lezer heeft zodoende soms moeite met het verstaan van de eigenlijke betekenis van zijn termen, terwijl ook niet zelden een voldoende bewijsvoering voor zijn conclusies ontbreekt Daar deze conclusies meestal zeer categorisch gesteld zijn, wekken zij bij de lezer nog wel eens weerstanden op Ik wil toch voorzichtig zijn met deze kritiek in dit geval Spier volgt n 1 Dooyeweerd, en juist met betrekking tot het vraagstuk van de tijd blijf ik met diens beschouwingen, hoe ik mij ook inspan tot de noodzakelijkheid van zijn conclusies door te dringen, op sommige punten voor onoverkomelijke moeilijkheden staan Die ervaring is geen prettige, want men vraagt zich daarbij soms af, of men met lezen kan Welnu, datzelfde onderging ik in versterkte mate op menige bladzijde van het boek van Spier Voor het verdere beperk ik mij tot enkele critische opmerkingen en vragen over twee onderwerpen de relatie tussen de tijd en de verandering en het vraagstuk tijd-eeuwigheid Spier zegt „Verandering is dus geen kenmerk van de tijd" (p 109^ Men leze het vervolg erop na, omdat het de bedoeling weergeeft O a is daar sprake van de tijdsorde, die niet verandert, en van de ruimtelijke gelijktijdigheid en de arithmetische successie, die ook geen verandering kennen Hot heeft mij verbaasd, dat Spier tot deze stelling komt, terwijl door heel de geschiedenis van de filosofie heen altijd weer de nauwe relatie tussen verandering en tijd de filosofen is blijven boeien Spier zelf ontkomt er niet aan m tal van gevallen deze relatie in de beschouwing van anderen een centrale plaats te geven (B v p 8, 9, 10, 12, 13, 17, 28, 31, 41, 43, 47, 186, 189, 193, 205, 210, 225) Veranderen, wisselen, worden of bewegen, men heeft steeds intuïtief beseft, dat dat het wezenlijke kenmerk van de tijd was Naar mijn gevoelen heeft Spier door dit te ontkennen, te wemig nadruk gelegd op het feit, dat de filosofen inzake de tijd voor een van hun moeilijkste vraagstukken stonden Want hoe was de bestendigheid van het theoretisch denkresultaat te rijmen met het tijdelijk zijn, met de veranderlijkheid der werkelijkheid (Denk aan het streven naar vlo-^iende begrippen bij Bergson) En hoe en waar — was de religieuze probleemstelling — kon de mens zich onttrekken aan de veranderlijkheid' Reeds tussen Parmenides en Heraclitus ligt dat probleem, en de weg die Democritus en straks Aristoteles gaan is die van het compromis inzake deze op hun standpunt onverzoenlijke tegenstelling „Voor de naïeve ervaring zijn tijd en verandering synoniem", zegt Spier (p 108) Hoe kan hij dan reeds op de volgende bladzijde die ervaring blijkens het geciteerde zoveel onrecht doen' Wat verbindt de mens m zijn naïeve ervaring als een wezenskenmerk aan de tijd' Dit, dat tijdelijkheid veranderlijkheid is, worden, ontstaan, vergaan, wisseling enz Men kan daar niet uitkomen met te zeggen „De tijd blijft de tijd, doch wat verandert is het tijdelijke, het schepsel, dat m de tijd bestaat" Want wat IS die tijd d a n ' Een substantie zeker niet Wat kan men eigenlijk meer zeggen, dan dat de tijd een zijnswijze van de werkelijkheid is, de zijnswijze van de verandering' Ik zou niet met stelligheid durven beweren, dat dit zo is, maar ik zoek nog steeds naar iets, dat de tijd tot meer dan een modaliteit maakt (b v tot een kosmische tijd) en dat mij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 234

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's