1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 201
ZONDE EN ZIEKTE
167
Kuyper heeft in dit verband de term „doodvast" ingevoerd, naar analogie van „vuurvast". Hij deed dat om de term „sterfelijk" te vermijden. Hij leert, dat de mens in rechtheid niet „doodvast" was, maar dit door gehoorzaamheid wórden zou. Hij werd echter geschapen als eens mens die nog niet „doodvast" was, terwijl de mens na de val tevens sterfelijk is 5). Kuyper heeft blijkbaar gemeend, de moeilijkheid te kunnen oplossen door het verschil tussen „sterfelijk" en „doodvast" te poneren. Daarbij valt ons op, dat hij alleen maar er in slaagde, één betekenis van het woord „sterfelijk" bij een andere term onder te brengen, zodat dan het woord „sterfelijk" één betekenis overhoudt, nl. die van „de kiem des doods bij zich dragende". Nu heeft het afzonderen van een betekenis wel eens nut. Maar in dit geval lijkt dit nut toch wel twijfelachtig. Het gaat immers om de vraag, of wat we „dood" noemen een eenvoudig dan wel een gecompliceerd iets is. Wie de dood gecompliceerd noemt, loopt natuurlijk gevaar voor een aanhanger van de Roomse doodstheorie gehouden te worden. Maar dat berust dan toch op ernstig misverstand. Men kan de dood in het spijsverband moeilijk anders dan creatuurlijk opvatten. Een andere vraag is, of de dood in de mensenwereld een creatuurlijke betekenis hebben kan. Wie dit erkent, behoeft daarom nog geen aanhanger van het schema natuur-bovennatuur te zijn. Integendeel, hij zal zich houden aan een ander, beter, en wel Schriftuurlijk schema : dat van de levensgang in de tijd. Dan aanvaardt men een verschil, dat eventueel met de termen „vlees" en „geest" zou kunnen worden aangeduid. Het mensenleven heeft naar zijn aard twee phasen, een leven in het vlees en een leven in de geest. Bij het laatste ontbreken lichaam en vlees volstrekt niet, evenmin als bij het eerste 't geestelijke afwezig zou zijn; men denke maar aan de belijdenis van de opstanding des V1 e s e s. Met een dichotomie van ziel en lichaam, welke dan ook, heeft dit niets te maken. Het heeft betrekking op de voortgang van de mens in zijn geschiedenis, zodat we in dit verband „vlees" en ,,geest" nog het best als twee p e r i o d e n zouden kunnen typeren. Deze twee perioden zijn in de schepping gegrond. Ook de mens in rechtheid had deze twee phasen te doorlopen. Hij werd in rechtheid geschapen, en moest voortvaren naar volmaking. En dit voortvaren, dat in de tijd der geschiedenis plaats vindt, is overgang van vlees naar geest. Het verschil tussen beide perioden is zó scherp, dat we een doorgangspoort moeten aannemen, en deze doorgangspoort was er voor de mens vóór de val even goed als daarna. ^) Gemene gratie, I, 114, 117.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's