1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 281
WAT IS DE MENS?
243
allerlei sagen een zwakke herinnering bewaren. ,,Es könnte sein. . . . , aber wir besitzen diese Wirklichkeit nicht mehr — viellcicht auch noch nicht". Wat de psychoanalyse betreft, ook hier zien we allerlei tendenzen lot heroriëntatie, bijv. in de „psychoanalyse existentiellc". Daarnaast moeten ook de psychagogische methoden tot een verdieping komen. We wijzen verder nog op de anthropologische verdieping der medische wetenschap door Von Weizsacker en van de psychiatrie door Binswanger, v. d. Horst, etc. Tenslotte kan de gerijpte twijfel, welke de wereld van de glimlach is, eveneens de anthropologic voeren naar een verbreding, naar een tendenz tot oecum.eniciteit, tot het besef, dat datgene, waarin ik me thuis gevoel geen eeuwig thuis is en, voel ik me niet thuis, elke andere woning evenmin beantwoorden zal aan het doel dat de mens zich stelt. Het zijn in de wereld toch is een bewonen van de wereld. De mens woont in de wereld. Rusteloos is hij bezig zich een woning te constitueren. Hij krijgt daarbij bouwstenen van anderen aangeboden, soms een compleet huis, waarvan bij nader onderzoek de fundamenten ondeugdelijk zijn. Hij ontwerpt verder, met anderen, maar is gedwongen de ondeugdelijkheid van zijn product steeds te erkennen. Doet hij dit niet, dan gaat hij op in zijn woning, hij is zijn huis. Vindt hij het huis, dan verliest de mens zichzelve op hetzelfde moment. De mens moet samenwonen met anderen. Dit sam.enwonen binnen bepaalde huizen geeft spanningen. Sartre spreekt zelfs van het conflict als oerphaenomeen der gemeenschap. Het huis krijgt niet zelden de betekenis van bastion, afgegrensd van de rest van de wereld. Soms transcendeert de mens in de ik—gij verhouding, in de liefde, waarbij hij zichzelf en zijn bouwwerk loslaat, maar het blijven steeds gebrekkige hoogtepunten in zijn bestaan. Of hij geeft zijn woning op in de angst (Heidegger), dan wel in de vertwijfeling (Kierkegaard). De mens is een woningzoekende. Dit krijgt tegen de achtergrond van het Christendom een uiterst pregnante betekenis. De mens heeft zich eenmaal thuis gevoeld in het paradijs in de gemeenschap met God. De zondeval dreef de mens uit de veilige begrenzing van het paradijs en wierp hem buiten in de wereld. De wet, het liefdegebod, God's inter-esse volgde hem. De mens nu kan zich tijdelijk thuis voelen in de wereld, zelfs in een onbewoonbaar verklaarde woning. Zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's