Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 214

2 minuten leestijd

180

G. A. LINDEBOOM

alles verklaren. Er zijn nog vele onbekende machten en gebeurtenissen in de natuur. Het wonder is slechts een voor ons onbekend natuurgebeuren. De supranaturele opvatting daarentegen denkt aan bovennatuurlijke krachten, die in het spel komen, aan een ingrijpen van God in het natuurlijk gebeuren. Deze opvatting wordt in RoomsKatholieke en orthodox-Protestantse kringen aangehangen. Er wordt daarbij dus geloofd aan een afwijking van de gewone natuurwetten. Tot welke moeilijkheden zulk een beschouwing kan leiden, leert ons een voordracht van Hennanides uit 1904. Hermanides, één der oprichters en vroegere voorzitters onzer Vereniging, was een vroom man, die zelf soms de Godsdienstoefeningen in zijn sanatorium te Zeist leidde en die, wijsgerig aangelegd, de gebedsgenezing „uit philosophisch standpunt" beschouwde. Uit die beschouwing blijkt de zware druk, die het determinisme dier dagen op zijn denken legde. Hij zegt: „De kleinste regenbui en de beweging der moleculen zijn evenzeer aan vaste wetten onderworpen als de loop der sterren. Van enige „speling" in de natuur — om een weinigje over te laten aan den biddenden mens of aan den horenden God — is geen sprake". Een wonder of echte gebedsgenezing valt voor zijn besef buiten de natuurwetmatigheid. „De genezing op het gebed — hetzij de zieke hopeloos is of niet — veronderstelt.... een ingrijpen Gods in de natuurwetten of een bijzondere leiding dier wetten; en terwijl deze laatste factisch bestaat in een afleiding van de gewone werking der natuurwetten, is zij evenzeer een ingrijpen en derhalve een wonder". Hij heeft dus een vooropgesteld wonderbegrip, waaruit hij de eisen voor een eventuele constatering afleidt. „Eer wij kunnen zeggen, dat er een wonder is geschied, moeten wij aanwijzen waarin de bovennatuurlijke ingrijpingen of de bijzondere afwijking van de natuurlijke werking der levenskrachten heeft bestaan; waar is ingegrepen en welke natuurwijziging tot stand is gekomen, die niet langs natuurlijken weg is te verklaren". Aan de definitie van het wonder is dus een bovennatuurlijke werking inhaerent. Hieruit worden criteria ter herkenning afgeleid. Terwijl de Bijbel ons het wonder laat zien als een teken, dat in geloof moet worden aanschouwd, is het duidelijk dat hier het wonder als een natuurwetenschappelijk te benaderen probleem wordt beschouwd; de wetenschap kan er per exclusionem toe besluiten. Deze wonderbeschouwing vanuit het deterministisch natuurwijsgerig denken is eigenlijk zeer verwant aan het wonderbegrip van Rome. Daar het Rooms-Katholiek denken zich ook hier richt naar het

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 214

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's