Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 203

3 minuten leestijd

169

ZONDE EN ZIEKTE

VI. Verder komen we met een andere onderscheiding, nl. die van creatuurlijk en lapsarisch. Deze onderscheiding is strikt Schriftuurlijk: er zijn gegevens die op de schepping, de creatie, en andere gegevens die op de val, de lapsus zijn terug te leiden. Zo heeft de dood, die we enigermate kennen, zowel een creatuurlijke als een lapsarische grondslag. De dood als doorgang — hoe weinig we die ons ook kunnen voorstellen — is een creatuurlijk gegeven; maar de dood als straf is een lapsarisch gegeven, ofschoon het creatuurlijk element daarin niet ontbreekt, maar als grondslag blijft dienen. Het is voor ons moeilijk, beide elementen te onderscheiden, omdat ze in de ervaring dooreenliggen. Maar het maakt groot verschil, of men deze onderscheiding aanvaardt, dan wel haar practisch verwerpt. In het laatste geval is het licht van de Schrift, dat ons denken over dood en ziekte en zonde verlicht, afgeschermd. In het eerste geval daarentegen beschikken we over een geloofsvooroordeel, dat onze ervaring doorzichtig kan maken. En dat is altijd beter dan een geloofsvooroordeel, dat de ervaring principieel ondoorzichtig maakt. Te werken met de onderscheiding van creatuurlijk en lapsarisch wil in feite zeggen, dat men zijn kennisvorming oriënteert aan onze oorsprong in rechtheid. Dat is nodig, zal de kennis haar naam waard zijn. Kennis die niet op onze oorsprong betrokken is, is gemutileerde kennis. Bovendien is alle wezenlijke kennis betrokken op onze bestemming. Want daarheen zijn we op weg, en onze kennis maakt deel uit van dit op-weg-zijn. Wie op weg is, moet weten waarheen hij op weg is, anders zal hij zijn op-weg-zijn practisch negeren. Daarom is al onze kennis ook betrokken op onze bestemming, dat is op het volmaakte. Uit ervaring kennen we noch de oorspronkelijke rechtheid, noch de voorgestelde volmaking. Maar alle ervaring is toch door die beide bepaald. Wij vervreemden ons van het ervarene, wanneer we die bepaaldheid negeren. Zo is alle ervaring vergelijkbaar met een draad, die gehangen is aan de twee vaste punten van onze oorsprong en onze bestemming. Zo en alleen zo is die lijn gespannen. Ontbreekt deze spanning aan de lijn van ons ervaren, dan denatureert onze ervaring radicaal. Dan wordt ons ervaren een fragment, dat we aan een denkbeeldig en willekeurig spanningspaar ophangen. Want als we de feitelijke oorsprong en de feitelijke bestemming, t.w. gaafheid en volmaking, disputabel stellen, zijn we genoodzaakt een pseudo-oorsprong en een pseudo-bestemming daarvoor in de plaats te nemen. Aan een zeker spanningspaar ontkomen we niet: als we het niet bezitten in een

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 203

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's