1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 117
DE MENS IN DE BIOLOGIE
93
Hoe is de toestand nu bij de mensapen en de mens? Zijn deze „nestblijvers" of „nestvlieders"? Bij de mens is, zoals bekend, de draagtijd ongeveer 266 dagen; bij de chimpansee is deze 237 dagen, bij de orang 275 dagen, tervi^ijl het voor de gorilla niet bekend is. De lagere apen hebben een veel kortere draagtijd. Zo b.v. de Rhesusaap 167 dagen. Bij alle mensapen en mensen is het aantal jongen gering. Op grond van deze kenmerken zou men dus geneigd zijn te denken dat mensapen en mensen ook in deze kenmerken overeenstemmen. Dat blijkt echter bij nauwkeuriger beschouwing niet het geval te zijn. Alle jonge mensapen zijn n.l. ,,nestvlieders": zij worden met open ogen en met ook verder goed ontwikkelde zintuigen geboren. Bovendien zijn zij tot allerlei bewegingen in staat. Zij liggen niet een tijdlang hulpeloos in een nest. Het meest opvallende is dat de jongen instinctief gedreven worden zich hardnekkig met hun vier handen aan de vacht van de moeder vast te houden (fig. 13), waardoor zij veilig zijn tijdens de tochten door het oerwoud. Het moederlichaam is als het ware voor deze jongen de eerste boom. Na een maand zit het chimpansee-jong al wel eens los op de grond, na 6 weken kan het zich aan de moeder vasthoudend reeds staan. Uit al deze gegevens moeten wij concluderen dat de jonge mensapen uitgesproken „nestvlieders" zijn. De mens die geboren wordt ligt lange tijd volkomen hulpeloos in de wieg (fig. 14). Zo op het eerste gezicht lijkt hij dus een „nestblijver". Maar dat klopt toch niet in alle opzichten. Het meest op de voorgrond tredende verschil is wel dat zijn zintuigen reeds gebruikt kunnen worden. Nu maakt ook de mens een periode door waarbij oogleden, gehoorgangen en neusopeningen vergroeid zijn, n.l. van de 3e tot de 5e maand. Dit betekent, en dat is een belangrijke constatering, dat wanneer de mens een echte „nestblijver" was, net zoals honden en katten, hij reeds ongeveer in de 4e maand geboren zou moeten worden. In werkelijkheid groeit de mens nog 5 maanden in het moederlichaam door en volgt dus het type van de „nestvlieders", zoals alle hogere zoogdiei'en. Maar ondanks dat verschil blijft hij toch in het ,,nest". Dit is dus een uitgesproken typisch verschil tussen mensapen en mens. De mens begint als een nestvlieder-blijver, hij begint als een „baby", niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's