Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 53

2 minuten leestijd

DE WAARDE VAN DE THEORIE VOOR DE INTEGRATIE IN DE CHEMIE *) door G. J. HOIJTINK

Bij de huidige ver doorgevoerde specialisatie in de chemie bestaat er meer dan ooit behoefte aan een intensieve samenwerking tussen onderzoekers van de verschillende richtingen. Een groot bezwaar is echter, dat deze samenwerking dikwijls mislukt doordat de gemeenschappelijke basis, waarop de verschillende richtingen steunen, met de uitbreiding der specialisering steeds smaller wordt. Onder deze omstandigheden is een verbreding van de gemeenschappelijke basis door integratie van de empirische verbanden dringend gewenst. Ongeacht de richting waarin men zich gespecialiseerd heeft, zal men zich steeds op de hoogte moeten stellen van de theorieën, die een integratie kunnen bevorderen en indien mogelijk op eigen terrein bijdragen moeten leveren, die tot een bevestiging of verwerping van die theorieën kunnen leiden. Voor de chemicus zijn dat in de eerste plaats de theorieën, die de mogelijkheid bieden een ruimere beschrijving te geven van het verband tussen eigenschappen en structuur van verbindingen. In verband hiermee vraag ik Uw aandacht voor de belangrijkste theorieën, die sedert de ontwikkeling der chemie als zelfstandige wetenschap, tot een ruimere beschrijving van dit verband hebben bijgedragen en voor de mogelijkheden tot integratie, die de moderne theorie thans biedt. De ontwikkeling van de chemie als zelfstandige wetenschap begint in de loop van de 18e eeuw, wanneer door belangrijke verbeteringen van het experiment de oude en misleidende phlogistontheorie wordt verworpen en vele onderzoekers bezield worden door de mogelijkheden, die het experiment biedt voor het onderzoek naar de bij scheikundige omzettingen plaats hebbende veranderingen. Lavoisier stelt vast, dat bij scheikundige omzettingen geen gewichtsverlies optreedt. Proust besluit op grond van analyse en synthese van verbindingen *) Openbare les, gegeven op 20 November 1953 bij de aanvaarding van hi'<t ambt van lector in de physische en theoretische scheikunde aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. (De gebruikelijke toespraken zijn niet weergegeven).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 53

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's