1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 130
104
G. A. LINDEBOOM
brengt dit natuurlijk zeer bepaalde opvattingen mede, zowel over de ziekte als als over de taak van den arts. De ziekte wordt eenvoudig een storing in de gecompliceerde machinerie, die het lichaam nu eenmaal is, en de arts is de man, die die machine tot in al haar onderdelen kent en de stoornissen moet weten te verhelpen — hij is de ingenieur van het lichaam. De mens immers kent nu eenmaal zelf de inwendige bouw en verrichting van zijn eigen lichaam niet, evenmin als ik de motor van mijn auto ken. Als er iets hapert, als ze niet goed loopt, moet er een deskundige bij komen, die een vette bougie verwijdert of een verstopte benzineleiding doorblaast. Zo haalt ook de mens, als hij ziek wordt, doordat zijn lichaam niet goed functioneert, er een deskundige van dit ingewikkeld mechanisme bij, die luistert, of het mechanisme nog goed loopt, en de storing moet opsporen en verhelpen — die man noemt men nu eenmaal dokter, hij is in feite de ingenieur van het lichaam. En als deze beschouwing juist is, is er weinig tegen in te brengen, dat de winkel, waar ik mijn telkens weer lekkende vulpen laat repareren, zich de vulpendokter noemt. U vindt deze beeldspraak wat ver gezocht, en het dunkt U, dat ik aardig doordraaf. Wellicht herinnert ge U uit Uw kinderjaren een ziekte, waarbij de huisarts U bezocht, U in de keel keek, beklopte en beluisterde en U onder een bemoedigend woordje een drankje voorschreef. Die man gedroeg zich toen niet bepaald als een ingenieur, maar als een mens, die in persoonlijk contact met U kwam. Ik stem dat natuurlijk onmiddellijk toe, maar wijs er op, dat het leven hier dan boven de leer ging, en dat de goede huisartsen van alle tijden zieh zeker, hoewel misschien onbewust, steeds moeite hebben gegeven ook rekening te houden met de psychische factoren en psychotherapie te bedrijven. Het klopje op de schouder en het bemoedigend woord immers zijn de eenvoudigste vorm van psychotherapie. De eenzijdige beschouwing van den patiënt als (een mens met) een gestoord organisme, dat als een physisch-chemisch geheel volkomen begrepen en verstaan kan worden, heeft ongetwijfeld een betrekkelijk recht van bestaan, namelijk als werkhypothese en heeft zo de geneeskunde onschatbare winst gebracht, en in de concentratie \an alle krachten hierop, een welhaast onoverzienbare hoeveelheid van kennis bijeen gebracht, welke ongedachte therapeutische mogelijkheden heeft geopend. Laat ik als voorbeeld alleen noemen de ziekten, die op een gebrek aan een bepaald vitamine berusten. Daartoe behoort onder andere
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's