1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 276
238
F. J. TOLSMA
De philosophen, welke trancenderen naar het heden, zijn o.m. Gabriel Marcel, Gusdcrf, Grisebach enz., hoewel verleden, heden en toekomst zeker niet onderscheiden worden. Gusdorf drukt dit als volgt uit: De mens is vrij in die zin, dat hij zoekt naar het meest authentieke in zijn zijn, naar datgene wat tegelijk verleden, heden en toekomst is. Tenslotte komt in de philosophic het accent te liggen op de toekomst, op de toekomstverwachting, in positieve dan wel in negatieve zin. Hier vinden we in het biologisch vlak het evolutionisme, in het psychologische vlak bijv. de finalistische tendenzen bij Adler (de mens streeft naar macht). Het heden wordt getranscendeerd in een tendenz naar de toekomst. Het is Von Uexküll, die een verdieping gaf van de natuurphilosophie vanuit een teleologisch standpunt. De Toekomstmens tendeert naar de heilstaat, naar de zelfverwerkelijking, naar verlossing, dan wel het heil heeft slechts een pragmatische betekenis. Een typische plaats neemt Heidegger hier in, die het zijn van de mens op de diepste wijze gequalificeerd ziet als een Sein zum Tode. Heidegger heeft overigens wel op zeer geniale wijze getracht de mens in zijn heden, verleden en toekomst doorzichtig te maken wanneer hij de drie fundamentele existentialia van het Dasein als zorg tot uitdrukking brengt in het „sich vorweg — schon sein in — als sein bei". Het Dasein is toekomstig (sich vorweg) steeds zijn mogelijkheden verwerkelijkend. Krachtens zijn geworpenheid (facticiteit) is het verleden (schon sein in), steeds door zijn reeds verwerkelijkte mogelijkheden mede bepaald. Krachtens zijn uitgeleverdheid is het tegenwoordig (sein bei), steeds bij de dingen en de anderen volgens de openbare uitleg van het men. Het Dasein is in zijn totaliteit te grijpen als alle mogelijkheden van het Dasein uitgrijpen naar een laatste. Deze laatste mogelijkheid nu is de dood. Het oneigenlijke zijn is het vluchtend vergeten van de dood. We hebben gezien hoe bij de beoordeling van de mens, welke maar al te dikwijls het karakter draagt van een veroordeling, het accent sterker op het verleden, op het heden, dan wel op de toekomst kan komen te liggen. We zagen, hoe er een voortdurend pogen is het verleden te transcenderen naar het heden, respectievelijk naar de toekomst. Bij vele philosophen nu zien we ook een transcendentie naar boven, naar de wereld van het Goddelijke. Als voorbeelden hiervan noemen we Jaspers, die streeft naar een Christelijk oecumenisch hu-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's