1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 199
ZONDE EN ZIEKTE
165
den we niet twee tegenstrijdige opvattingen, maar met elkaar rijmende; want God, Die de aarde om onzentwil vloekte, had ook de nauwe band tussen mens en wereld gelegd. V. De Christelijke belijdenis maakt onderscheid tussen de zonde en haar gevolgen. En deze onderscheiding heeft in het practisch kerkelijk onderricht zeker een goede zin. Daarentegen bevat het woord „gevolg" wel enige voetangels en klemmen, waarvan het theoretisch nadenken op meer dan één gebied zich rekenschap moet geven. Kunnen we ziekte zo maar onder de gevolgen van de zonde rangschikken? Dat geeft wel enige moeilijkheid, zoals in het voorafgaande al enigszins is aangeduid. Met het woord „ziekte" wordt vaak samengevat wat niet een eenheid is. De dichter Rijnsdorp noemt ergens „vermoeidheid" een „kleine dood" 2), en deze aanduiding heeft iets dat zeer toespreekt: zo kan men, vooral bij het ouder worden, de vermoeienis ervaren. Een Frans romancier, ik meen Erckmann-Chatrian, spreekt eens van een „bonne lassitude" na een stevige werkdag, en ook deze aanduiding heeft iets overtuigends. Men kan vermoeidheid wel een „physiologisch verschijnsel" noemen, dat zijn plaats heeft in het rhythme van leven en werken, maar dan hebben we de critische stations achteloos gepasseerd: wat betekent het woord „physiologisch" in dit verband? En heeft ons levensrhythme niet een zekere vreemde trek gekregen sinds onze val in zonde? Dit tweezijdig karakter, dat bij vermoeienis ook zonder theoretische verfijning te ontdekken valt, gaat waarschijnlijk terug op een tweezijdigheid in de dood zelf, waarvan de belijdenis zich nauwelijks rekenschap heeft kunnen geven. Maar een gezette studie van de belijdenis, zoals de dogmatiek poogt te ondernemen, komt hier wel degelijk tot een voorlopig besluit. Het is inderdaad niet houdbaar, de dood restloos tot de zonde en haar gevolgen te reduceren. Zoeven herinnerden we aan de belangrijke rol, die de dood in het spijsverband speelt, zowel in mensenwereld als in de relaties van planten en dieren onderling. Wat wij „dood" noemen is niet zo ongecompliceerd als we aanvankelijk menen. Ook in de rechtheid bestond iets als dood, en wel in tweeërlei zin: daar fungeerde iets als dood in het spijsverband, maar ook de mens zelf was niet onsterfelijk. We hebben hier scherp naar alle kanten uit te zien. Er zijn vele ^) „Mijn knecht", in Ontmoeting, V, 258v.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's