1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 132
106
G. A. LINDEBOOM
het eenzijdig causale denken geen begrip biedt voor alles, wat in ziekte van belang is: dat de blik, volkomen geboeid door het deel, het uitzicht op het geheel had verloren. Met andere woorden, men had wel ziekten en ziekelijke toestanden bestudeerd en ook leren kennen, maar den zieken mens met zijn angst en verwachtingen, teleurstellingen en idealen, zijn hoop en vrees, vergeten en het contact met hem verloren. Het doorbreken van dit inzicht is het sein geworden tot een grootse poging om de geleden schade in te halen en het verloren terrein te herwinnen. Een brede stroming dringt de geneeskunde om weer met de psyche van den lijder rekening te houden, steeds ook op psychische factoren te letten en de wisselwerking tussen lichaam en ziel in het oog te houden. Lichaam en ziel — daarvan is deze psychosomatische richting ten volle overtuigd — zijn niet twee streng gescheiden gebieden; de lichamelijke en psychische gebeurtenissen lopen niet als twee van elkaar onafhankelijke reeksen af, maar ze zijn op het innigst voortdurend gecorreleerd, ze zijn een ondeelbaar biologisch geheel, zoals het leven een primair en ondeelbaar gegeven is. Gewaarwordingen en gemoedsaandoeningen beïnnvloeden voortdurend de lichaamsfuncties — in gezondheid en ziekte. Men watertandt bij de aanblik van een smakelijk gerecht, men beeft van woede, bloost van schaamte, rilt van angst, walgt van afkeer, kookt van woede. Dergelijke reacties betreffen veelal veranderingen aan organen, die buiten onzen wil omgaan «n geregeld worden door een autonoom genaamd zenuwstelsel, dat echter gevoelig mede vibreert op de deining van het gemoedsleven, en dan ook terecht sympatisch wordt genoemd. Via dit sympathische zenuwstelsel brengt het lichaam op zijn wijze de aandoeningen tot uiting, die de ziel bewegen. De geneeskunde heeft het steeds te doen met het bezielde lichaam, het lijf van den mens. De mens drukt zich uit in zijn lichaam, zijn lijfelijkheid. En het is dan ook geen wonder, dat, wanneer soms aandoeningen en gevoelens overmatig sterk worden, lang aanhouden, en een groot deel van het psychische leven beheersen — ook de lichamelijke uitingen der emotie soms pathologisch sterk worden en ziekelijke processen kunnen ontketenen. Zulk een ziekelijk gebeuren is dan de uitdrukking van het innerlijke van den mens, en de arts heeft zich af te vragen, welke, misschien verborgen en onuitgesproken, emotie of gevoelstoestand in het lichamelijke wordt uitgedrukt,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's