Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 123

2 minuten leestijd

97

DE MENS IN DE BIOLOGIE

deze trap staan dus b.v. ook de mensapen. Voor de ontwikkeling van de mens is ook dit nog niet voldoende. Bij hen sluit aan de lange zwangerschap nog een periode van hulpeloosheid aan. Deze geheel eigen toestand bij de mens duidt men aan met de term „secundair nestblijven" (fig. 21).

X

sec nesLblyven X

sec nestvlieden nestblijven n e s l v l i e d en

X X reptielen

X

X lage hoge hoge lage vogels vogels zoogdieren zoogdieren mens

Fig. 21. Overzicht van de verschillende vormen van „nestvlieden" en ,,nestblijven" bij reptielen, vogels, en zoogdieren. De mens is dus de enige secundaire nestblijver die wij kennen en vertoont daardoor in zijn ontwikkeling een geheel eigen, een uniek, biologisch type. Dit geheel eigen ontwikkelingstype nu is van grote betekenis. Want wordt de mensaap met zijn vrijwel volledig erfelijk vastgelegd gedrag ter wereld gebracht en moet hij met deze gegevens zien rond te komen, de mens wordt vervroegd geboren, waardoor zijn ontwikkeling tijdens een der meest gevoelige perioden in de volle omgeving, in het gezin en voortdurend in wisselwerking met het specifieke mensenleven van zijn ouders, verzorgers en eventueel broertjes en zusjes, zich kan ontplooien. Om des tijds wille zullen we dit niet nader uitwerken, ieder zal bij enig nadenken het grote belang hiervan aanvoelen. Kort moeten hier nog twee duidelijke verschillen tussen mens en mensapen genoemd worden. Het eerste verschil betreft de groeiperiode. Deze blijkt n.l. bij de mens langer te duren dan bij welk zoogdier ook. Zo is b.v. de gewone walvis bij de geboorte 7 m. lang, na 6 maanden 14 m., na 2 jaar 23 m., terwijl hij na 5—6 jaar waarschijnlijk zijn maximale grootte van ± 26 m. bereikt. Een leeuw is na 6—7 jaar volgroeid. Een olifant doet daar 14 a 15 jaar over.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 123

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's