1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 221
GEBEDSGENEZING
187
Bij de meeste geloofs- en gebedsgenezingen speelt de innerlijke houding van den zieke een rol. In de meerderheid der gevallen is de psychisch-geestelijke situatie zoal niet beslissend, dan toch zeker niet indifferent. Het aangrijpingspunt van de genezing moet dan ook als het ware gezocht worden in het centrum der persoonlijkheid. Er is een innige interdependentie van de lichamelijke, psychische en geestelijke zijde van den mens. In den mens sluimeren nog allerlei krachten, die onder bepaalde voorwaarden, door bepaalde prikkels kunnen worden geactiveerd; zo kunnen genezingsprocessen fermentatief in v/erking worden gezet, waarbij de aanvang in het gemoedsleven is te zoeken; in de gemoedsbeweging, de ontroering, het geloof. Het komt mij voor, dat bij de gebedsgenezingen God als regel het herstel geeft door deze krachten te wekken. Het zijn toch ook niet alle lichamelijke afwijkingen, die door gebed genezen worden. Van de actute genezing van een beenbreuk is slechts één m.i. niet goed gecontroleerd geval gemeld (geval de Rudder, 1875). Een geamputeerd lidmaat, been of arm of hand of voet, komt niet terug. Men krijgt den indruk, dat inderdaad Diemer gelijk heeft, dat men niet zozeer moet denken aan een deïstisch ingrijpen van God, rechtstreeks in de physisch-chemische orde van dingen, maar aan een aangrijpen van den mens in zijn meest centrale bestaansmodaliteit. Ongetwijfeld zijn zulke beschouwingen in staat het verwijt op te roepen van een verpsychologisering van de werking van het gebed bij ziekte in het algemeen, en meer in het bijzonder bij gebedsgenezingen. Ik geloof dat zulk een verwijt niet op zijn plaats zou zijn. De beroemde schrijver van het boek: „L'homme, eet inconnu", Alexis Carrel, gaat wel te ver in die richting in een kleine studie over het gebed („La prière"), waarvoor hij een opvallend grote belangstelling vond. Hij beschrijft het gebed, waarvan hij de genezende werking onder allerlei volken en omstandigheden heeft waargenomen, als een spiritueel phaenomeen, waarin de mens zich inspant om zich uit te strekken naar God, en dat niet intellectueel, maar affectief. Dat gebed werkt naar zijn vaste overtuiging op geest en lichaam, op een wijze en een mate, welke schijnt af te hangen van qualiteit, intensiteit en frequentie. Als arts ziet hij zijn patiënten graag bidden. „Aussi un médecin qui voit un malade se mettre a prier peut-il se réjouir". Bij de nadere analyse blijft hij voor ons besef in zijn beschouwingen echter te veel in het psychologische vlak; hij spreekt meer van den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's