Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 129

2 minuten leestijd

DE MENS IN DE GENEESKUNDE

103

O]) de grens van den nieuwen tijd voor haar met forse trekken ontwierp. Die opkomst der moderne geneeskunde kon eerst goed beginnen, toen er een soliede basis was gelegd door de kennis van de normale bouw en verrichting van het menselijk organisme in de ontleedkunde en verrichtingsleer. Geleidelijk slaagde zij er daarna in haar speculatieve neigingen meester te worden en zich meer en meer als een natuurwetenschap te gedragen. Ze aanvaardde de methoden der natuurwetenschap, haar doelstelling en haar criteria. De zieke mens werd meer en meer gereduceerd tot het zieke lichaam, en dit werd een object in den zin der natuurwetenschap. Het zieke lichaam werd tot voorwerp van een natuurwetenschappelijk onderzoek, dat ook de middelen ter genezing moest aanwijzen. De ontwikkeling in deze richting begint ongetwijfeld bij René Descartes. Hij bracht een scherpe scheiding tussen de beide substanties van denking en uitbreiding, van geest en materie. Het menselijk lichaam werd zo als materie beschouwd, dat door toepassing van natuur- en scheikunde volledig kon worden gekend. In zijn in 1637 schenen, beroemd ,,Discours de la Methode" Iaat hij zich uit over den mens op een wijze, die professor Pos in dezer voege weergeeft: „De mens als denkend wezen is verbonden met het lichaam, maar dit laatste moet in zijn werkingen en samenstel begrepen worden als onafliankelijk van de werking van den geest. Het moet beschouwd worden als machine of automaat, die ^^'erkt alsof de ziel er niet in was." Inderdaad leerde Descartes met zo veel woorden „dit lichaam te beschouwen als een machine", al voegde hij er nog aan toe, dat die, .,daar ze door Gods handen gemaakt is, onvergelijkelijk beter is ingericht en wonderbaarlijker bewegingsmogelijkheden in zich heeft dan één van die door mensenhanden worden uitgedacht." Die laatste toevoeging werd een eeuw later weggelaten door Lamettrie (1709—1751), al had hij dan ook bij onzen Boerhaave op de collegebanken gezeten en ook diens werken vertaald. Anoniem gaf hij een geschrift uit, in v/elks titel hij deze mensopvatting volkomen juist kenschetste: l'homme machine — de mens een machine, homo machina. Wanneer zo niet alleen het menselijk lichaam als een, zij het zeer ingewikkeld, natuur-scheikundig werktuig wordt opgevat, en de zieke mens alleen van de lichamelijke zijde wordt benaderd, dan

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 129

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's