1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 79
HET HUWELIJKSRAPPORT
63
vraag of we met de Bijbel alleen wel zover komen, dat er een fundering te zien is van het huwelijk, zoals dat in de loop der tijden geworden is. Het is allemaal best om nauwkeurig Paulus' bedoelingen uit te leggen, maar de nuchtere bijbellezer zal, ook met grondtekst er bij, tot de conclusie moeten komen, dat Paulus het huwelijk van geheel andere en heel wat lagere orde acht, dan de Synode en wij met, haar. En in dit verband is het kenmerkend, dat op pag. 45 gesproken wordt van de ,,oude Hellenistische zuurdesem, waarvan de Reformatoren zich in hun waardering van het sexuele leven niet voldoende konden reinigen". Toch blijven er wel enige vragen over. Wanneer telkens weer gewezen wordt op het huwelijk als een afschaduwing van de verhouding van God tot Zijn volk (pag. 13, Hosea 2, Jesaja 54 : 5, Jesaja 62 : 5, Maleachi) en de verhouding Christus-gemeente bij Paulus (pag. 15 : „Zo wordt de verhouding man en vrouw in het,huwelijk tot een beeld van de verhouding Christus-gemeente") komt de vraag op: „Is er geen gevaar te duchten, dat de ernstige gelovige kerkmens in de knel komt met zijn poging, tussen het biologisch huwelijk en het geloof een synthese te maken?" Voor vele huwelijken is het biologische deel het een en het al; wij zien dat veel in Christelijke kringen. Daardoor ontstaat een behoefte aan compensatie, omdat men zich in dat huwelijk toch eigenlijk zondig gevoelt, en wel speciaal een behoefte aan compensatie door religieuze handelingen, gebeden, uitspraken, etc. Een synthese in deze zin tussen zuiver sexuele gevoelens en religieuze beleving is naar onze overtuiging onmogelijk. Hier ligt zeker,een probleem, waar de pastorale zorg zich over zal moeten buigen. Een harmonische verbinding tussen eros en religie is wel mogelijk en deze verbinding schept juist de mogelijkheid van een Christelijk huwelijk. Want de eros omvat oneindig meer dan het louter biologische; en deze eros rust in de woorden der schepping: Voor de alleenheid van de man wordt hem een hulpe als tegenover hem geschonken. God zag, dat alles goed was. Maar „het is niet goed, dat de mens alleen zij". Hierin ligt, dunkt mij, het centrale van het feit, dat er mannen en vrouwen in de wereld zijn, en ook het centrale van het feit, dat er huwelijken worden gesloten. Terecht — volgens het rapport — niet in de eerste plaats om kinderen te krijgen, maar om samen tot één vlees te zijn, en dat wel in de ruimste zin, niet alleen beperkt tot het directe één zijn in de coitus, maar evenzeer tot het één zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's