Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 225

3 minuten leestijd

GEBEDSGENEZING

191

veroorzaakte, werd aangevuld. En dit geschiedt nu eenmaal niet langs sprirituèlen weg door het gebed, het komt ook niet zo uit den hemel nederdalen, het moet met het voedsel (lever) in grote hoeveelheden opgenomen of opzettelijk door medische hand in geconcentreerden vorm worden toegevoerd. Dit voorbeeld is er slechts één uit talloze, die aan te voeren zouden zijn, om aan te tonen, dat het zich verlaten alléén op het gebed een ernstig medisch gevaar kan betekenen, waarop met nadruk moet worden gewezen. De practijk der gebedsgenezing bergt ook nog andere gevaren in zich. Wanneer iemand in zulk een kring de vurig verbeide genezing niet erlangt, is een ernstige terugslag op zijn geloofs- en gemoedsleven dikwijls het gevolg. Zo iemand gevoelt zich verzwakt in zijn geloof, ontgoocheld en ontmoedigd. Een waarschuwing tegen te overspannen verwachtingen schijnt daarom niet misplaatst. In een ziekenhuis te Amsterdam lag eens een kind te sterven, en de hoofdzuster waarschuwde de ouders dien nacht niet naar huis te gaan. „Zuster", zeiden de ouders, „wij hebben God vurig gebeden en geloven in het herstel van ons kind; het zou ongeloof zijn hier te blijven. Het kind sterft vannacht niet." Het kind stierf dien nacht. „Dan hebben we niet genoeg geloof gehad", zeiden de bedroefde ouders. De weemoed die ons bevangt bij de gedachte aan het eenzaam stervende kind en de biddende ouders thuis; en aan de teleurgestelde geloofsverwachting, die bijna een geloofszekerheid was, mag ons niet weerhouden van de vraag, of de bidder in zulke gevallen het recht heeft op zijn overtuiging. Geldt het: „Nooit kan,'t geloof teveel verwachten" ook in letterlijken zin voor de genezing van alle ziekten en kwalen? Velen, wier gebed om genezing niet werd gehoord, gevoelden zich ontgoocheld en ontmoedigd, verzwakt in hun geloof. Teleurgesteld kwamen ze terug uit Möttlingen of van een samenkomst onder leiding van een Zaiss, met de gedachte het ook daar niet gevonden te hebben, en in arren moede keerden ze terug naar hun dokter. Erger is, dat aan personen, die niet genezen zijn, soms wordt gezegd, dat ze te weinig geloof hebben getoond, of dat ze met onbeleden zonden rondlopen, of zelfs, dat de duivel nog vrij spel met hen heeft. Naar buiten dreigt het gevaar, dat gecolporteerd wordt met gebedsgenezingen, waarin geen enkele medicus iets bijzonders ziet, die soms in het geheel geen genezingen zijn. Van zulke verhalen gaat dan ook niet alleen geen wervende kracht uit, maar ze worden eerder nog

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 225

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's