Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 166

2 minuten leestijd

1S6

A. VAN DER ZWAN

van bewuste toestanden, die ervaren zijn over een langere periode, bijv. verdeeld over een leeftijd. Voor het bestaan van een ik-heid is het nodig, dat er een zekere continuïteit is van geestelijke ervaringen, een continuïteit, die hervat wordt na een slaap, na een dronkenschap, na bewusteloosheid enz. Aan de andere kant zijn er tal van geestelijke processen, die vluchtig zijn en niet worden vastgehouden en ook gauw vergeten. Dit zijn waarschijnlijk de geestelijke processen bij kinderen en dieren. Aan het eind van onze voordracht kunnen wij nu, in aansluiting aan Sherrington en Adrian, de volgende hypothese van het geest-stof probleem geven : De samenwerking van geest en hersenen vindt plaats in de hersenschors, terwijl kernen van de hersenstam er in zoverre in betrokken zijn, dat de schors alleen maar kan werken, wanneer de onderliggende centra uit de hersenstam er voortdurend impulsen naar toe sturen. Uitval van onderliggende activiteit geeft nl. bewusteloosheid en daardoor is geestelijke activiteit onmogelijk. Alleen wanneer er een bepaalde graad van activiteit in de schors is, zoals in waaktoestand, is verbinding met de geest mogelijk. Deze blijkt uit de aanwezigheid van een alpha-rhythme in het electroencephalogram (in de slaap, wanneer dus het alpha-rhythme ontbreekt, geven uitbarstingen van electriciteit dromen aan, maar er is geen bewust geestesleven). Zoals ieder voorwerp het aanzijn heeft gegeven tot een bepaald patroon in de hersenschors, zo heeft ook iedere gedachte haar eigen patroon. Herinnering is nu mogelijk, doordat een klaarliggend patroon wordt geactiveerd door een soortgelijke volgende gewaarwording. Bij iedere herinnering komen daarbij millioenen neuronen in actie, zoals men zich wel kan voorstellen, wanneer men zich herinnert, dat alleen een oogzenuw al prikkels kan sturen naar een half millioen cellen. Wanneer men nu de gedachtenpatronen een engram noemt, dan wordt de zaak nog gecompliceerder, wanneer men bedenkt, dat ieder neuron kan meedoen aan meer dan een engram. Wij weten, dat herhaald gebruik leidt tot veranderingen in de synapsen, de schakelpunten, waardoor een bepaald patroon wordt vastgelegd. Ook in de gedachtenpatronen ontstaat een verhoogde synaptische activiteit door veel gebruiken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 166

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's