Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 194

3 minuten leestijd

K. J. POPMA

160

besef dwalen, ongezond uitdijen, accumuleren tot het monsterachtige, daarmee is principieel niets verloren. Dit besef verwijst niet naar zich zelf, maar naar buiten, en daarom kan het geen punt van uitgang zijn. Het is besef van iets, en dat iets fungeert hier als maatstaf. We kunnen de zaak wel omkeren, en gaan spreken van de intenderende of intentionele structuur van onze beseffen, maar daarmee wordt alleen een sterking van het steunen op 't subjectieve bereikt, en dit steunen zal verantwoord moeten worden. Wie het besef als punt van uitgang kiest, heeft de subjectiviteit als maatstaf gekozen, ook als hij aan dit besef een intentionele structuur toekent. Niet het ziektebesef is het eerst gegevene, maar het ziekzijn zeJf, even zeker als in de waarneming niet de indruk het eerst gegevene is, maar het object dat die indruk bepaalt. Het blijven hangen aan de eigen subjectiviteit, dat de moderne mens zo onvermijdelijk voorkomt, is in werkelijkheid resultaat van een bepaalde positiekeus, die helemaal niet zo erg voor de hand ligt. Waarom zou deze subjectiviteit tevens houder van waarborg zijn? De stelling, dat onze subjectiviteit niets te garanderen heeft, is minstens zo verdedigbaar als de andere, dat zij de enig mogelijke garantie van waarheid zou bevatten. De waarheid omtrent ziekzijn kan door geen ziektebesef worden gegarandeerd, hoe oorspronkelijk en ongedifferentieerd ik dit besef ook nemen wil. De waarheid bereikt mij van buiten af. En op een waarheid, die me mèt mijn subjectiviteit gegeven zou zijn, kan ik geen prijs stellen. Want haar ontbreekt de competentie, garant te staan; en dat is nu juist wat de waarheid tot waarheid maakt. In ons geval kan men ook op andere gronden wijzen. Er is een verband tussen zonde en ziekte dat noch behoeft noch kan aangetoond worden. We kunnen op dat verband wijzen door er aan te herinneren, dat beide, zonde en ziekte, een desintegratie van ons zijn bevatten. Daarmee is van zonde en ook van ziekte lang niet alles gezegd. Maar dat beide dit gemeenschappelijke hebben doet zien, dat beide op een diep zijnsniveau liggen, en wel op een zijnsniveau waar onze subjectiviteit geen recht van spreken heeft: het komt eerst op een minder diepliggend niveau aan het woord.

ni. We kunnen dan ook een parellel trekken tussen de relatie van zonde en zondebesef enerzijds, en ziekzijn en ziektebesef aan de andere kant. Kan ons zondebesef ooit ons punt van uitgang zijn bij een ken-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 194

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's