1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 127
DE MENS IN DE GENEESKUNDE*) door G. A. LINDEBOOM
Wanneer men geroepen wordt te spreken over den mens in de geneeskunde, dan kan het schijnen, dat men naar het voorwerp van die beschouwingen niet lang behoeft te zoeken. Die mens is natuurlijk een patiënt, die men waarschijnlijk aantreft op het ziekbed. Daar ligt hij, de zieke mens, de Jiomo aeger. Wat wil men meer? We kunnen dadelijk beginnen, ons afvragen, wat hij wel zou hebben, of hij veel pijn lijdt, en of er nog kans is op beterschap. Maar zo eenvoudig ligt de zaak toch niet. De gedachte, dat de mens in de geneeskunde zo gemakkelijk te vinden is, is een illusie. Bijna zou ik geneigd zijn het bonte en verwarrend beeld van de moderne geneeskunde te vergelijken met een zoekplaatje. Knap is degene, die in dat beeld de lijnen van de figuur, die den mens moet voorstellen, weet te ontdekken. Misschien vindt men na lang zoeken iets, dat flauw aan een mens herinnert, maar waarin men zichzelf toch niet herkent, en dat meer lijkt op een caricatuur dan op een natuurgetrouw beeld van den zieken mens. Eigenlijk is het één van de moeilijkste opgaven voor een medicus om over den mens in zijn wetenschap iets houdbaars te zeggen. De situatie ligt namelijk geheel anders dan zoeven werd vermoed, zij draagt een geheel ander karakter. Men zou het wellicht zo kunnen zeggen, al klinkt het misschien wat vreemd: de geneeskunde is zich eerst sinds kort bewust geworden, dat ze wel heel \-ecl weet van allerlei ziekten en zieke organen en gestoorde functies, en wel een onoverzichtelijk groot feitenmateriaal moeizaam heeft bijeen gegaard, doch intussen sinds lang het zicht op den zieken mens bijna totaal heeft verloren en ook in de practijk dikwijls het wezenlijk contact met hem blijkt te missen. In feite is de belangrijkste trek in de moderne geneeskunde het eerst sinds kort verlevendigde streven, waarin zij op zoek is naar den zieken mens als geheel. Er groeit een besef van de eenzijdigheid van een steeds voortgaand wetenschappelijke analytisch streven, en zo komt in een ogenblik van bezinning de behoefte aan een synthetische *) Interfacultair college, gegeven aan de Vrije Universiteit op 26 Februari 1954.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's