1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 32
20
RONDBLIK
het waar te nemen object, het preparaat, dat; zich onder het objectief bevindt. Zernike voegt hieraan nu toe, dat niet alleen gelet moet worden op ligging en intensiteit van deze buigingsbeelden, maar ook op hun phasen. Bij de z.g. amplitude-preparaten, waarin de structuur zichtbaar wordt door verschil in doorlating van het licht in verschillende delen van het preparaat, zijn de lichttrillingen in de verschillende buigingsbeelden in gelijke phase. Zijn belangstelling ging echter uit naar de z.g. phasepreparaten, dat zijn volkomen doorzichtige objecten, waarin echter in verschillende delen geringe verschillen in dikte of in brekingsindex optreden. Tengevolge hiervan zullen tussen de lichttrillingen na doorgang door deze verschillende delen van het preparaat slechts verschillen in phase bestaan, geen verschillen in amplitude, en dus ook niet in intensiteit. Voor deze phaseverschillen is het menselijk oog echter niet gevoelig, zodat in een dergelijk phase-preparaat geen contrasten waarneembaar zijn. Ook na afbeelding door een microscoop-objectief kan dus geen structuur in het preparaat worden waargenomen. Zernike berekent nu, dat bij afbeelding van dergelijke preparaten door een objectief in de bovengenoemde buigingsbeelden van de lichtbron een phaseverschil van 90 (een vierde van de golflengte) bestaat tussen de lichttrilling in het z.g. hoofdmaximum en de lichttrillingen in de nevenmaxima. Dit hoofdmaximum is het directe beeld van de lichtbron, dat ook gevormd wordt, wanneer zich geen object onder het microscoop bevindt. Als „lichtbron" is bij goed ingestelde verlichting, te denken aan het irisdiaphragma van de condensor. De door Zernike aangegeven phasencontrast-methode houdt nu in, dat men de phase van de lichttrilling van het hoofdmaximum 90 draait door aanbrengen van het phasenplaatje in het brandvlak van het objectief. Dan is echter weer dezelfde situatie verkregen als bij het amplitude-preparaat: de lichttrillingen in hoofd- en nevenmaxima zijn in gelijke phase gekomen. En het resultaat is, dat hun interferentie in het beeldvlak nu amplitude- en dus intensiteitsverschillen doet ontstaan. Er worden dus contrasten in het beeld gevormd in overeenstemming met de structuur van het preparaat. Deze structuur, die tevoren onzichtbaar was, kan nu worden waargenomen. Men past deze ingreep van de phase-draaiing toe op de lichttrilling in het hoofdmaximum, omdat dit directe beeld van de lichtbron zich op een vaste plaats in het apertuurdiaphragma van het objectief bevindt. De plaats van de nevenmaxima is juist voor verschillende preparaten verschillend. Om voor een willekeurig preparaat het effect zo groot mogelijk te maken, beval Zernike ook reeds aan, een ringvormig diaphragma voor d e condensor te gebruiken. Het phasenplaatje in het brandvlak van het objectief is dan in zijn eenvoudigste vorm een glazen plaatje, waarin een ringvormige groef is aangebracht van een zodanige diepte, dat in het licht, dat ter plaatse door het plaatje gaat, een phaseverschil van een kwart golflengte ontstaat t.o.v. het licht, dat door de overige delen van het plaatje gaat. De diepte van deze groef bedraagt slechts enkele tiende microns! Het directe beeld van het ringvormige
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's