1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 99
DE MENS IN DE BIOLOGIE
79
is. Men moet eerst de objecten overzien en systematisch indelen. Daar het voor iedereen steeds duidelijk was dat het menselijk lichaam overeenkomsten vertoont met dat der dieren, moest men dus beginnen met de plaats van de mens te bepalen in het Zoölogisch Systeem. En wanneer men nu de verschillende Zoölogische systemen beziet welke er zoal geweest zijn, dan komt men reeds dadelijk tot de belangrijke constatering, dat de plaats van de mens daarin altijd een bijzondere, een extreme, is geweest. Tot aan het begin van de vorige eeuw ving de systematische opsomming der dieren n.l. steeds aan met de mens. Of wij nu het systeem van Aristoteles, van Linnaeus, of van Cuvier bezien, om slechts de meest belangrijke te noemen, steeds wordt de mens hierin gerekend tot de dieren van de Ie Graad. Deze onderzoekers plaatsten de mens dus vooraan in de reeks en hoe verder men het systeem volgt, hoe minder de dieren op de mens gelijken. Men redeneerde dus anthropofugaal. De mens was het wezen dat als norm voor het systematische werk werd gekozen. Verder, en daar moeten wij de nadruk op leggen, was men er steeds van overtuigd dat hoewel de mens om zijn lichamelijkheid wel in het Zoölogisch systeem geplaatst moest worden, hij er eigenlijk om zijn geestelijke eigenschappen niet in thuis hoorde. Men beschouwde de mens als qualitatief anders dan de dieren. Slechts in één van zijn zijden, n.l. zijn lichaam, kwam hij met de dieren overeen. Het gehele mensbeeld werd anders bij de opkomst van het evolutionisme. Dit gaat er immers op wereldbeschouwelijke gronden van uit dat de mens als geheel behoort tot het dierenrijk. Dit houdt dus in dat de mens niet qualitatief maar slechts quantitatief andere eigenschappen heeft dan de dieren. De mens is slechts een zeer bijzonder soort dier. Uit het dogma van de evolutionislische continuïteit vloeit de logische conclusie voort dat de mens niet vooraan kan staan in de systematische rij der dieren, dat de mens geen norm is voor de systematiek, maar dat de mens achteraan behoort te staan als een laatste product van de dierenstam. Deze omwenteling in het denken heeft grote gevolgen gehad en gevoerd tot een in vrijwel alle wetenschappen doorgedrongen verflauwing der grenzen. Om te beginnen werd in de Zoölogie reeds door de eerste grote
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's