1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 84
Boekhesprehing George Gaviow: Het ontstaan van het heelal. Vertaald door dr J. C Proost-Thoden van Velzen. 152 blz Geb ƒ 8 50. Uitg. N V Uitgeveiij W P van Stockum Zoon, den Haag, 1953. Gamow is een theoretisch physicus en astrophysicus van grote vermaardheid, die de kunst van populariseren uitnemend verstaat Dat dit boek, voortreffelijk uitgevoerd en vertaald, en geïllustreerd met mooie, altijd weer imponerende foto's (afkomstig van de beroemde Mount Wilson- en Palomar-sterrenwachten m Californie, U S A . ! ) van spiraalnevels, sterrenhopen e d , van de inoderne theorieën over het ontstaan van melkwegstelsels, sterren en planeten een overzicht geeft „dat zowel de wetenschappelijk geschoolde lezer als de geïnteresseerde leek veel vreugde zal verschaffen" (zoals op de omslag te lezen staat), lijkt mij dan ook niets te veel beweerd. Naast deze grote, overheersende waardering en lof een enkele opmerking Wat Gamow van Augustmus gelezen heeft, weet ik uiteraard met, maar ik vermoed toch met de ,,Confessiones" Dan zou hij toch niet van menmg geweest zijn, dat ,,men gevoegelijk" „het tijdpeik dat voorafging aan het ogenblik, waarop het heelal m een toestand van hoge druk kwam" „het „Augustmus-tijdperk" zou kunnen noemen, omdat het Augustmus van Hippo was, die het eerst de vraag opwierp ,,wat God gedaan zou hebben vóór Hij hemel en aarde schiep" " — Augustmus verwijt die vraag juist aan anderen en wijst die af ,,Ik zal niet dulden de vragen van mensen, die m hun ziekte, welke hun tot straf is, naar meer dorsten, dan ze bevatten kunnen, en zeggen ,,Wat deed God, vóórdat HIJ den hemel en de aarde maakte?" " (Vert A Sizoo, Delft, 1928, blz 339). Zelfs m een korte samenvatting lijkt het mij toch met verantwoord te spreken van ,,een tot nu toe nog niet geheel begrepen evolutieproces", waardoor zich uit zekere chemische bindingen „organische materie van steeds grotere samengesteldheid" en verder planten en bomen ontwikkeld zouden hebben (blz 135) Dat is toch wel al te oppervlakkig geschetst en doet denken aan uitlatingen van het laatste kwart van de vorige eeuw. Ik geloof, dat de deskundige vertaalster, zelf sterrenkundige, er goed aan gedaan heeft het oorspronkelijke ,,creation" met door ,,schepping", maar door ,,ontstaan" weer te geven. Het is een kleine, maar m verband met de aard van het boek een m.i toch met onbelangrijke accentverschuiving. Toen ik ook de vertaling voortreffelijk noemde, bedoelde ik eigenlijk alleen maar, dat het Nederlands zo helder en vlot was en m het geheel niet den indruk wekt resultaat van vertaling te zijn; vergeleken met het Engels heb ik het met. Slechts lijkt mii het gebruik van ,,consistent" m den zm van consequent, logisch samenhangend (blzz XIII, 25) een anglicisme; onze woordenboeken kennen het niet m die betekenis, wel m den zin van dicht, vast, duurzaam. Naar aanleiding van de uitgave van onze Vereniging ,,De ouderdom der aarde", schreef een van mijn vrienden mij, dat Seneca op de vraag wat hem al zijn kundigheden m zake wis- en natuurkunde zouden baten, antwoordde' „Sciam omnia angusta esse, mensus Deum" („Ik zal de beperktheid van alle dingen weten, als ik God gemeten heb") — Ik zou het boek wel gaarne meer dooi trokken hebben willen zien van stem-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's