Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 31

2 minuten leestijd

Kondhlih Prof. Dr F. ZERNIKE NATUURKUNDE.

NOBELPRIJSWINNAAR

VOOR

Begin November werd bekend gemaakt, dat de Nobelprijs voor Natuurkunde voor 1953 was toegekend aan Prof. Dr F. Zernike, Hoogleraar in de theoretische en toegepaste natuurkunde aan de Rijks-Universiteit te Groningen. Hiermede werd wederom een Nederlandse naam toegevoegd aan de voor ons kleine land betrekkelijk reeds lange lijst van Nobelprijswinnaars. Prof. Zernike werd 16 Juli 1888 te Amsterdam geboren. Hij promoveerde in 1915 aan de Universiteit van Amsterdam op een dissertatie over critische opalescentie van gassen. In hetzelfde jaar werd Zernike lector in de theoretische natuurkunde aan de Universiteit te Groningen. In 1920 volgde zijn benoeming tot Hoogleraar aan dezelfde Universiteit. De Nobelprijs is dit jaar niet toegekend aan een onderzoeker op één der gebieden van de moderne physica, maar aan een natuurkundige, die een belangrijk deel van zijn levenswerk heeft gewijd aan problemen van de klassieke natuurkunde, meer speciaal (ander belangrijk werk dan waarvoor hij thans de Nobelprijs ontvangt: zijn diepgaande onderzoekingen op het gebied der statistische mechanica en waarschijnlijkheidsrekenin,g, zijn galvanometer en zoveel ander voortreffelijk werk, blijft hier buiten beschouwing) van de optica. Velen zijn de mening toegedaan, dat op dit gebied niet veel interessante dingen meer te beleven zijn; hoe onjuist deze gedachte is, heeft Prof. Zernike o.m. met zijn ontdekking van de phasencontrastmethode bewezen. De toekenning van de Nobelprijs voor deze ontdekking heeft eerst plaats gevonden, nadat in de loop van de toepassing van deze physisch zeer interessante methode in de z.g. phasencontrastmicroscopie het grote belang is gebleken, met name voor de biologische en medische wetenschap. Het begin van de ontwikkeling van het phasencontractprincipe dateert reeds van omstreeks 1932. Aanvankelijk werd het door Zernike toegepast als een variant op de methode van Foucault ter controle van de kwaliteit van actronomische holle spiegels. Daarna heeft het zijn verreweg belangrijkste toepassing gevonden in de microscopie. De phasencontrast-microscopie is als zodanig tevens een consequente toepassing van de theorie van E. Abbe omtrent de beeldvorming in het microscoop. Deze theorie verklaart het ontstaan van het microscopische beeld als een gevolg van interferentie in het beeldvlak (d.i. het gezichtsveld van het oculair) van licht, dat afkomstig is van de verschillende buigingsbeelden van de lichtbron, die gevormd worden in het brandvlak van het objectief, waar zich het z.g. apertuurdiaphragma bevindt. Zowel de ligging als de intensiteit van deze buigingsbeelden (bij verlichting met wit licht de „buigingsspectra") worden volgens Abbe volkomen bepaald door de structuur van

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 31

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's