1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 128
102
G. A. LINDEBOOM
beschouwing naar voren, waarin men nu eens niet de bomen, maar het bos als geheel wil bezien. Men tracht weer van de ziekten terug te keren tot den zieke, van een ziekteleer tot een leer van den zieken mens. Dat is in zekeren zin een terugtocht. Want in de jeugd \an onze westerse geneeskunde, wier bakermat op Grieksen bodem staat, stond de mens in het middelpunt der belangstelling. Zo was het bij Hippocrates van Kos, die men nog — en terecht — eert als de pater divinus medicinae. In het Griekse denken is de wereld een kosmos, de mens een mikrokosmos, waarin zich de makrokosmos weerspiegelt. Hij is een ondeelbare, harmonische eenheid. Een verstoring van het evenwicht daarin, bij voorbeeld een verkeerde menging der lichaamssappen, leidt tot ziekte. Meer dan een abstract begrip is de ziekte een toestand van een bepaalden zieke. Daarom is de hippocratische geneeskunde in hoge mate individualiserend. De hoge waardering van den mens blijkt ook uit den beroemden eed van Hippocrates, die den arts, op schier onnavolgbare wijze, een richtsnoer voor zijn handelen gaf en tot op den huldigen dag min of meer normatief is gebleven in zake medisch-ethische vragen, en zo een zeker medisch-oecumenisch besef levend houdt. Dat tenslotte de menswaardering in Griekenland een andere is dan do onze, blijkt echter uit de raad die Hippocrates zijn leerlingen gaf om geen zieken in behandeling te nemen, wier kwaal als ongeneeslijk werd herkend — zulks blijkbaar om de medische kunst niet nodeloos in discrediel te brengen. Hier treedt het verschil aan den dag tussen de Griekse Eros, die streeft van het lagere naar het hogere, en de Christelijke Apapè, die zich neerbuigt naar het lagere en verstotene. Hel schijnt, dat de charitatieve bewogenheid, die later in West-Europa de ziekenhuizen als hótels-Dieu in het leven riep, vreemd was aan den Helleensen geest, Men kan, als ik goed zie, niet zeggen, dat het Christendom, dat door zijn caritas zoveel voor de ziekenverpleging heeft gedaan, van beslissende betekenis is geweest op het wisselend beeld van den mens, dat de wetenschappelijke geneeskunde heeft gekend na haar nieuwe opkomst in de zeventiende eeuw, welke volgde op een winterslaap van meer dan duizend jaren. De geneeskunde heeft haar mensbeeld ontworpen deels op eigen aandrift en kracht, deels met motieven ontleend aan wijsgerige, eigentijdse stromingen. Zij ging achteloos voorbij aan het mensbeeld, dat Paracelsus, de medische Luther,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's