1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 213
GEBEDSGENEZING
179
In 1946 kreeg hij een gezwel in zijn lies, dat bij operatie en microscopisch onderzoek de metastase van een inoperabele nierkanker bleek te zijn. Men zei hem, dat hij nog een paar weken te leven had, en die prognose stelde men ook op een clinische demonstratie. Hij mocht van de Navy dan ook een testament maken. Hij weigerde en begon vurig te bidden. Hij kreeg een serie zware Röntgenbestralingen, voelde zich na 3 maanden goed, na een maand verlof werd een metastase in de nek gevonden, waarop weer Röntgenbestraling en veel gebed volgde. Ook dit gezwel verdween. Maar nu wilde men hem definitief afkeuren. Ondanks zijn heftige tegenstand geschiedde dit in Maart 1947. Intussen bleef hij zich goed gevoelen, verwierf een bestaan als particulier instructeur, en hij schreef op de verjaardag van zijn pensionering, die hij beschouwde als de ramp van zijn leven, telkens een verzoekschrift tot een nieuwe oproep in actieve dienst. De reglementen sloten dat echter volkomen uit, daarvoor was een nieuwe wet nodig. Zo'n wet, speciaal voor zijn geval, werd in Augustus 1950 door den President getekend. Duizenden vroegen naar het geheim van zijn genezing. Zijn antwoord luidde: „Belief in yourself and in the Lord — als ik toen een notaris had laten komen, zou ik nu zeker dood zijn". Dit is nu een wetenschappelijk goed waargenomen geval van een spectaculaire genezing. Is het wondergenezing? De Röntgenstralen zullen het gezwel wel tot verdwijnen hebben gebracht, maar deze gezwellen zijn zeer kwaadaardig, vooral als er eenmaal uitzaaiing is. Een beloop, als hier geschetst, is echter niet volkomen onbekend. Anderzijds lijkt een invloed van zijn morele houding, van zijn gebed, zeker niet onaannemelijk. Deze genezing kan langs natuurlijken weg worden „verklaard", terwijl toch geestelijke krachten in het spel zijn geweest. Eerst wanneer er geen enkele gewone geneesmethode is toegepast, komt de vraag naar het wónder-karakter in een scherpere belichting, en wordt ze tot het bekende dilemma; natuurlijk of bovennatuurlijk herstel? Dit dilemma schijnt voor ons rationalistische denken niet te vermijden. Reeds in 1922 constateerde Prof. F. W. Grosheide in een voordracht voor onze vereniging, dat de discussies over het wonder zijn vastgelopen, en dat er twee opvattingen zich hebben uitgekristalliseerd, die onverzoend tegenover elkaar staan; de naturalistische en de supernaturalistische. De naturalistische beschouwing van het wonder laat alleen natuurlijke factoren toe. Zij zegt; alles weten is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's