Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 196

3 minuten leestijd

K. J. POPMA

162

niet een voortrap, laat staan een steun van het geloven kan zijn. De inhoud der geloofskennis bereikt ons van buiten af. Die inhoud is ons oorspronkelijk vreemd. Dat is een vaste lijn in Gods reddende genade-openbaring. Het ligt in de aard van het Christgeloof, dat het van buiten komende tot diepste innerlijkheid wordt. Dit is duidelijk te zien aan alle feesten van het kerkelijk jaar. Ze hebben alle iets verrassends, iets onverwachtbaars, iets vreemds. In het geheim der verlossing hebben engelen begeerd in te zien, 1 Petr. 1 : 12. De opstanding van Christus scheen de Emmaüsgangers iets onmogelijks en ondenkbaars. En Pinksteren is nog heden ten dage een moeilijk feest. Maar voor het geloof wordt de vleeswording des Woords het eigenlijke, zulk een Verlosser hadden we juist nodig, vgl. Hebr. 7 : 26; en van Christus' dood en opstanding zeggen we: móést de Cliristus niet dit alles lijden en zó in Zijn heerlijkheid ingaan? Op Pinksterfeest weten de ongeletterde vissers te spreken en strikte Schi-iftbewijzen te noemen. IV. Zo goed als we de sterkte van Gods toorn niet kennen, hebben we, strikt genomen, geen eigenlijk zondebesef. We weten er iets van door Goddelijk onderricht. Voor het verstaan van de menselijke kennis in haar diepste laag is dit onderricht onmisbaar. Het behoort tot 's mensen z ij n, dat hij zich zelf niet zijn kan zonder het onderwijs van zijn God. En het behoort tot menselijke zijnskennis, dat hij de onmisbaarheid van dit onderwijs voor menszijn leert kennen. De waarheid wordt ons als het andere en vreemde gegeven, wij produceren haar niet. Wat de mens omtrent de desintegratie van zijn zijn weten kan, krijgt hij van buiten af. Van buiten af, door Openbaring, komen we te weten dat zonde een religieuze aangelegenheid is; dat zij het essentiële van het menszijn betreft; dat zij een desintegratie van het meest eigenlijk menszijn betekent. In deze religie vindt de mens zijn wijsheid, en die wijsheid is naar het typische woord van Calvijn (Inst. I, 1, 1) kennis omtrent God en omtrent onszelf, en die twee hangen zo nauw samen, dat men niet altijd kan zeggen, welke van beide de oorsprong is van de andere. Natuurlijk vergadert de mens kennis door ervaring. En hij vergadert ervaring langs de daartoe bestemde kanalen, die met zijn natuur gegeven zijn. Maar de grondslag van alle mogelijke menselijke kennis is de kennis waarmee de mens zich zelf kent, en die kennis is religieus, d.w.z. zij rust op Goddelijk onderwijs, dat de mens van buiten af toe-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 196

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's