Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 192

3 minuten leestijd

158

K. J. P O P M A

zondigen gezondheid teweegbrengt: het gestolen brood is Hefelijk, een stevige dronk kan een mens wel eens van z'n naar het ziekelijke neigende tobberijen af helpen, en talrijk zijn de verhalen uit romans en practijk, waarin roekeloos „uitgaan" iemand van zenuwspanning bevrijdde. Misschien zou er over de genoemde voorbeelden nog meer te zeggen zijn, maar één ding is zeker: de zaak staat niet zó simpel, dat elke zonde door een of ander ziekteverschijnsel wordt gevolgd. Het zal dus zaak zijn, het vraagstuk op andere manier te benaderen. Meestal komen we een stapje verder, als we proberen het ontische van het gnotische te onderscheiden. Noemen we het ziekzijn een ontisch gegeven, dan kunnen we het ziektebesef een daarmee corresponderend gnotisch iets heten. Is het besef van ziekzijn een oorspronkelijk gegeven, of wordt het eerst door nadenken en aanleren verworven? Dit laatste kan zeker niet het geval zijn: de zegging „ik ben ziek", die op de nieuwe aarde niet meer zal worden gehoord, wijst op een oorspronkelijke kennis, die elk mens eigen is. Wel moeten we in onze jeugd het wóórd ,,ziek" van anderen leren, maar het besef van ziekzijn levert ons onze eigen ervaring. Een zeer vreemde ervaring. Zij onderstelt, dat we ons als het ware tegenover ons zelf kunnen plaatsen, om te constateren dat ons dan ontwaard vis-a-vis een mankement in zijn z ij n vertoont. En dit zijnsmanco noemen we „ziekte". Verrassend is daartij altijd weer, dat degene die zegt „ik ben ziek", zélf het zijnsmanco vertoont dat hij opmerkt, al zijn er gevallen bekend, waarin dit manco de constatering juist onmogelijk maakt, ofv/el in meer of minder mate belemmert. Toch is de algemene regel deze, dat de zieke mens wéét heeft van zijn ziekzijn, en zulks met een oorspronkelijke, niet afgeleide, primair ongedifferentieerde kennis, die geen bijzonder orgaan van node heeft, maar veeleer in het ongedeeld menszijn schijnt te zetelen. Hierbij is er weliswaar verschil. En zijn mensen, die hun huisarts uitmuntende inlichtingen kunnen geven, die hem het stellen van een diagnose zeer makkelijk maken. Schrijver dezes kent een jongmens, dat reeds op twaalfjarige leeftijd in staat was zeer secure waarnemingen betreffende eigen ziekzijn te verrichten: hij ontdekte spontaan de merkwaardige overeenkomst in pijngevoel tussen lichte neuritis en kiespijn, en beschreef zijn gevoel als ,,net of ik kiespijn heb in m'n arm", wat hem een pluimpje van de dokter bezorgde. Dit wekte bij ondergetekende enige afgunst, daar hij in geval van ziekzijn zelden iets meer kan vertellen dan „ik ben ziek". Maar dit laatste is als de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 192

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's