Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 200

3 minuten leestijd

166

K. J. POPMA

doodsbeschouwingen. Men onderscheidt wel eens de dood in biologische en theologische zin 3). Veel schieten we er niet mee op, te poneren dat de dood in de Bijbel geen biologische maar een theolologisch-religieuze zin heeft: hier wordt eenvoudig een biologie (welke?) tegen een theologie uitgespeeld, hoewel vast staat dat de Schrift geen biologisch, maar evenmin een theologisch handboek is. De vraag waar het om gaat is deze: kunnen we de dood u i t s l u i t e n d als „bezoldiging der zonde" zien, of is het woord ,,dood" van meer dan één betekenis? Zakelijk beschouwd: heeft de dood een biotische grondslag, die als zodanig met de schepping gegeven is, of ontbreekt zulk een grondslag, zodat we het intreden van de dood aan de val in zonde moeten wijten? Dan is daar de Roomse visie op de dood. Zij is geheel ingebed in het schema natuur-bovennatuur: van nature is volgens deze leer de mens niet alleen sterfelijk, maar van nature behoort de dood bij hem : het lichamelijk leven is u i t e r a a r d aan ontbinding onderhevig *), de dood is de natuurlijke bestemming van de mens, en vóór de val werd dit natuurlijke door bovennatuurlijke genade verre gehouden : het voorrecht om niet in hoeven sterven heet dan ook een buitennatuurlijke gave. Wie het schema van natuur en bovennatuur verwerpt, zal dan ook déze doodsbesehouwing zeker niet kunnen aanhangen. Dat neemt evenwel niet weg, dat een beschouwing die aan de dood een eenvoudig karakter toekent, nog niet Schriftuurlijk behoeft te zijn. Weliswaar komen we op die manier weer met andere bezwaren in aanraking. De zoeven aangestipte gedachte: dat in het spijsverband het een op het ander teert, en mensen als spijsobject allerlei uit planten- en dierenrijk aannemen en gebruiken, zou — met enige kwade wil — in verband gebracht kunnen worden met Max Scheler's offertheorie, volgens welke dood en ziekte te zien zijn als delen van één lijden, dat in de grond offer betekent; zo offert de plantenwereld zich aan dieren- en mensenwereld, dieren offeren zich aan mensen als spijs, en op deze wijze wordt het offer natuurphaenomeen, en alle lijden wordt plaatsbekledend. De vraag is nu deze: noodzaakt de Christelijke belijdenis, inhoudend dat het offer van Christus volkomen onverwaehtbaar is (men denke aan het verrassend karakter van het heil) om te poneren dat in de dood géén creatuurlijk moment aanwezig kan zijn? ••') Vgl. Held. Cat. toegeUcht door Prof. Dr K. Schilder, I, 446. **) Vgl. Dr M. J. Scheebon, De mysteriën van het Christendom, vertaling Dr A. Bellemans, Antwerpen 1945, p. 784.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 200

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's