1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 100
80
J. LEVER
evolutionist, de Lamarck, in zijn „Philosophic Zoologique" van 1809 de gehele polariteit van het systeem omgekeerd. Want was de mens meer dan 2000 jaren tot de dieren van de Ie graad gerekend, de Lamarck, en na hem de gehele systematiek tot op de huidige dag toe, voegde hem bij de dieren van de laatste graad. Maar ook ver buiten de biologie werden de consequenties uit dit evolutionisme getrokken. Want wanneer de mens uil de dieren is voortgekomen moest ook de menselijke ziel bestudeerd worden, uitgaande van de dierenziel. De taal van de mens moest benaderd worden vanuit de diergeluiden. De menselijke gemeenschappen, de volken, moest men vergelijken met het gemeenschapsleven in het dierenrijk. De oorlogen en het z g. „macht is recht" moest men terugvoeren op en rechtvaardigen door de „struggle for life" en de „sui-vival of the fittest" in het dierenrijk. Het ontstaan van de godsdiensten was te verklaren via de cultus der z.g. „primitieven" vanuit oer-angsten. Het spreken van „het bestiale in de mens", van de „Uebermensch", van het „Herrenvolk", van „Ras" en „Blut" zijn even zoveel uitdrukkingen, ontsproten uit een consequent in het menselijk denken en handelen doorgevoerd evolutionisme. Wij zien hieruit duidelijk hoe het evolutionisme als een wereldbeschouwing van enkelen in de biologie ingedrongen, deze geheel heeft gemetamorphoseerd, maar ook dat het zich hierna als een olievlek door alle takken van wetenschap heeft uitgebreid, om ten slotte weer versterkt als een wereldbeschouwing van velen naar buiten te treden. Het is geen wonder dat de biologen ijverig begonnen zijn alle probleemsloten met deze toversleutel te openen. Oplossingen werden aan de hand gedaan voor het ontstaan van het leven, voor de evolutie van planten- en diergroepen, voor de soortsverandering, en zo ook voor het ontstaan van de mens. Wanneer wij vanmorgen het door ons nog onontgonnen terrein van het laatste probleem gaan betreden, dan doen wij het beste een drietal kleine excursies te maken, want reeds aan de rand van dit onherbergzame gebied zien wij duidelijk een drietal landschappen. Deze worden beheerst door drie respectievelijke vragen, n.l. in hoeverre stemt de bouw van het menselijk lichaam met dat der recente dieren overeen, waardoor verschilt het er van, en in hoe verre is er in de fossiele resten uit het verleden een continue relatie tussen mens en dier op te merken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's