1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 280
242
F. J. TOLSMA
de gans Andere kan ons voeren tot een diepere zelfkennis. In Uw licht zien wij het licht. De mens is beelddrager Gods, op weg met zijn bagage, inclusief zijn Bijbel; hij sleept zijn lichaam mee, zijn verworvenheden, zijn vooringenomenheden. zijn dogma's, zijn onvrijheid. Hij is aan zijn bagage in meer of mindere mate gehecht. In het in verhouding staan lot de Ander wordt het verleden steeds overschreden naar het heden en staan wij open voor de toekomst. We zullen thans nog stil staan bij enkele moderne ontwikkelingen betreffende de inzichten in de mens. Allereerst volgen wij met belangstelling de voortgang der natuurphilosophie. We wijzen op het interessante boekje van Van de Hulst en van Peursen: „Phaenomenologie en Natuurwetenschap". Verder op de belangrijke bijdrage van Thure von Uexküll; „Der Mensch und die Natur". De laatstgenoemde schrijver komt tot een verdieping van het teleologische principe in de natuur. In de doelstellingen, welke wij in het leven aantreffen, vinden wij iets objectiefs, dat in generlei wijze van ons afhankelijk is en eerst op grond daarvan zijn wij aangewezen op het voorwerkelijke (het physicochemische). De plant bijv. neemt wat Von Uexküll noemt bepaalde stoffen in zijn dienst en ontslaat ze daaruit als afvalstoffen. De doeleinden, welke de plant nastreeft, zijn voeding (zelfbehoud), groei en voortplanting. De mens onderscheidt zich van dier en plant doordat hij zichzelf een wereld ontwerpen moet. Von Uexküll komt tot de volgende interessante beschouwingen : De enige wereld welke de mens bouwt, is uit zijn eigen ontwerpen opgebouwd. Zij dienen de ervaring en worden met elke ervaring opnieuw betwijfeld. Zij blijven hypotheseir, die elk ogenblik door andere vervangen kunnen worden. Slechts zo is de mens volgens Von Uexküll klaar voor het objectieve, slechts zo is hij open. Sluit hij zich op in zijn hypothesen, indien hij zich daarmee identificeert, zo wordt zijn leven bij de volgende gelegenheid verpletterd. De eigenlijke toestand van de mens is noch de geborgenheid in de „Umwelt", noch het deelnemen aan de wereld, maar de „Weltlosigkeit", welke hij voortdurend door nieuwe wereldontwerpen camoufleren moet, maar welke steeds opnieuw weer als kaartenhuizen ineenstorten. Weltlosigkeit en dwang tot het ontwerpen van nieuwe werelden is het noodlot van de moderne mens. Von Uexküll acht het niet onmogelijk dat in de wereld van de mythe nog een oorspronkelijke werkelijkheid aanwezig is, waaraan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's