1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 202
168
K. J. POPMA
Maar daarna is deze poort niet langer meer louter „natuurlijk": ze is voertuig van gericht. „Ten dage dat ge daarvan eet, zult ge de dood sterven". Dit is een vonnis, en het vonnis is uitgevoerd. Het was geen loze bedreiging. Vóór de val was de mens sterfelijk in deze zin: hij was op weg naar de doorgang. Na de val is hij sterfelijk in dieper zin : hij was aan het vonnis des doods onderworpen. Dit vonnis trof die mens in zijn geheel, niet alleen maar „geestelijk". En het feit, dat hij bij die voltrekking van het vonnis toch nog bleef ,,leven", d.w.z. toch nog verwijderd bleef van de doorgang, doet niets af van de realiteit van het vonnis en zijn voltrekking. Dit houdt in dat de mens veranderde, en dat betekent dat zijis z ij n anders werd. Daarom kan men niet zeggen: de dood bleef feitelijk dezelfde, maar God kende daaraan de functie van straf toe. Het woord Gods is nooit zonder uitwerking, en het vonnis „ge zult de dood sterven" betekent een verandering van de mens en zijn dood. Door het vonnis veranderde de mens naar zijn totaliteit: daarom heeft een onderscheiding van „geestelijke" en „lichamelijke" dood geen zin. Het vonnis trof die mens zowel naar zijn centraal geestelijk als naar zijn pereferisch bestaan. En het trof hem toen hij nog op weg was naar de doorgang. Men kan ook zeggen: hij viel in rechtheid, en niet in volmaking — maar het heeft weinig zin zo iets te zeggen; want de volmaking is juist datgene, waarin geen val meer mogelijk is, omdat daar de phase van het „non posse peccare" bereikt is. Dat is de reden, waarom het invoeren van het derde lid van het bekende schema, nl. de eeuwige dood, hier noch de geloofskennis verrijkt, noch de Schriftlezing steunt. Met „eeuwige dood" bedoelen we immers de volmaking van de straf, en deze ligt aan gene zijde van de doorgang. En, hoe vreemd het klinke, daarvan kunnen we aanzienlijk minder weten dan van de volmaking der genade. Er is geen reden om aan te nemen, dat het vonnis werd opgeschort. Het was duidelijk aangekondigd, en werd metterdaad voltrokken. Alleen draagt de straf dit kenmerk van haar Goddelijke herkomst in zich, dat zij de structuur van het geschapene niet aantast. Deze blijft onaantastbaar, ook als de gevallen mens en zijn meegesleepte omgeving onder de vloek liggen; ja zelfs werkt die structuur als werktuig van vonnis-uitvoering. Vandaar dan ook, dat een theologische constructie, die wil dat de reëele dood zou zijn opgevangen door een tussenkomende gemene gratie, op den duur niet kan bevredigen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's