1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 57
WAARDE VAN DE THEORIE VOOR INTEGRATIE IN DE CHEMIE 41
Ostwald, die principieel elke hypothese uit de chemie wilden verbannen. Voor de:^'e onderzoekers was de energie de alles beschrijvende grootheid. Een dergelijke afwijzing van de atoomtheorie was vanzelfsprekend mogelijk, omdat men zich niet met structuurproblemen inliet. Van 't Hoff, daarentegen, die zowel op structuurchemisch als physisch-chemisch gebied belangrijke bijdragen heeft g)eleverd, was een vurig voorstander der discontinuïteitsgedachte. Uit zijn onderzoek der verdunde oplossingen volgde de door Arrhenius in 1881 opgestelde theorie der electrolytische dissociatie. Volgens deze theorie zullen vele anorganische verbindingen zich bij het oplossen in water splitsen in tegengesteld electrisch geladen deeltjes, de zogenaamde ionen. Dit nieuwe structuurbeeld der waterige oplossingen is van grote betekenis geworden voor de ontwikkeling van de analytische chemie. De eigenschappen van vele anorganische verbindingen in oplossing konden nu worden afgeleid uit de specifieke eigenschappen van een geringer aantal ionen. In de physica werd de discontinuïteitsgedachte de basis voor de Idnetische gastheorie. Na de erkenning van het molecuulbegrip van Avogadro wordt door Clausius, Maxwell, Boltzmann, van der Waals e.a. het verband gelegd tussen snelheid, massa en aantal der moleculen van een gas en de macroscopische grootheden druk, temperatuur en volumen. Voor ideale éénatomige gassen wordt een statistische interpretatie gegeven van de thermodynamische toestandsfuncties als inwendige energie en entropie. Hier blijkt voor het eerst de mogelijkheid om uit de microstructuur de macro-eigenschappen af te leiden. Voor meer-atomige moleculen is eenzelfde statistische berekening der thermodynamische grootheden echter niet mogelijk, daar de kennis omtrent de energetische structuur van de moleculen ontbreekt. Tegen het einde der 19e eeuw had dus zowel in de chemie als in de physica de gedachte der discontinuïteit haar grenzen bereikt. Tegelijkertijd echter had in de physica een grote omwenteling plaats, die voor de ontwikkeling van de chemie van grote betekenis is geworden. De ontdekking van de electronen door Zeeman in 1896 en door Thomson in 1897 vestigt de aandacht op de discontinuïteit in de electrische lading. In 1900 voert Planck in zijn theorie der quanta de discontinuïteit in de stralingsenergie in. Einstein geeft in 1905 een uitbreiding aan deze theorie door aan het licht naast een golfkarakter
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's