1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 210
176
K. J. POPMA
we hebben te hanteren bij het nadenken over ziekte en gezondheid, en de toepassing daarvan; zowel bi] geneeskunde als geneeskunst. Vandaar dat er niets is gezegd met de opmerking, dat vermoeidheid een physiologische kwestie zou zijn; want „physiologisch" duidt iets aan, dat onvermijdelijk georiënteerd is aan de centrale, leidinggevende idee die men bij zijn medisch denken aanhangt, ook al heeft men deze idee nimmer onder woorden gebracht en is men met haar bestaan niet bekend. Niet anders staat het met de mening, dat we in Bromfield's Mr Smith een pathologisch ,,geval" zouden mogen zien; want ook „pathologisch" duidt iets aan, dat door een idee wordt beheerst. Zonde en ziekte betreffen zozeer ons centrale menszijn, dat we daarvan geen begrip kunnen hebben. Wel is in dezen een heldere onderscheiding mogelijk, en ook nodig. Met hulp van de kennis, die een door de Schrift geïnspireerde mens-idee levert, is het al aanstonds mogelijk het aloude dualisme van lichaam en ziel enigermate te identificeren: deze tweeheid, als dualisme opgevat, betekent op zijn minst een aberratie in het denken, en dat wil altijd tevens zeggen: in zijn. En verder is het mogelijk, op grond van dezelfde leiding-gevende kennisvorm, dit dualisme nader te indentificeren als een blijk van gespletenheid: wie b.v. poneert dat de ziel het betere en het lichaam het mindere is, doet niet veel anders dan de romanfiguur van Bromfield, die zich in nood een tweede leven opbouwde. Op basis van dezelfde mens-idee is steeds een beoordening vormbaar, die in de eerste plaats naar het zieke vraagt. Een schooljongen die opvallend lui is, mankeert iets. Zulk een vraag naar het zieke wordt dikwijls als een poging tot goedpraterij afgewezen, en daarin schijnt dit misverstand te schuilen, dat de vraag naar het zieke die naar het zondige overbodig zou maken. Dat is natuurlijk niet het geval. Maar de vraag naar het zieke heeft haar volle ruimte nodig, zelfs in haar eenzijdigheid. Geven we die volle ruimte, dan is er alle kans dat de beantwoording van de vraag naar het zondige hierdoor wordt verrijkt, verhelderd, en in zuiverder banen geleid. Want de dualiteit van zonde en ziekte betekent nooit een dualisme: er is altijd verband. Elke zonde is met iets zieks verbonden, en al wat ziek mag heten verwijst naar zonde. Het is maar de vraag, h o e dit verband telkens ligt. (Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's