Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 274

2 minuten leestijd

li

236

F. J. TOLSMA

lichaam niet meer merkt, als hij tegelijkertijd lichaam is, waarbij het lichaam zijn betekenis van instrument \'erloren heeft. De mens beweegt zich vrij, zijn doel is niet duidelijk omschreven, bewegingen worden als vanzelfsprekend uitgevoerd, de rythmiek der inwendige organen wordt niet gevoeld, er is harmonie met de wereld, er is nauwelijks de mogelijkheid voor een poëtisch zeggen, hoogstens klinkt zacht een melodie, de gang is licht, haast zwevend, soms stamelt de mens het woord God. De voorjaarsstemming evenwel kan plotseling veranderen. De wereld verandert van kleur, donder en bliksem kunnen hun intrede doen, wilde dieren kunnen op het toneel verschijnen, kortom, de mens ontmoet weerstanden, welke de vrees te voorschijn roepen, de wereld verkleurt, de mens wordt op zichzelf teruggeworpen, zijn ruimte wordt verkleind, de mens erkent zijn nietigheid en kleinheid. De weerstand kan eveneens opgeroepen worden vanuit de lichamelijkheid, vermoeidheid van de spieren werpt de mens tenslotte terug op zichzelf, een plotselinge steek in de zij herinnert hem er aan, dat hij een lichaam heeft, niet zelden zijn het de natuurlijke behoeften, welke hem zijn grenzen doen zien, de horizon dichterbij halen, zodat ze samenvalt met de contouren van de eigen lichamelijkheid. Het kan ook een stem zijn, welke schijnt op te komen uit het eigen zelf, die de harmonie dreigt te verstoren, een schuldgevoel, dat knaagt aan het bestaan, aan het zelf als niet geassimileerd bezit, dat de mens op zichzelf terugwerpt, hem dwingt tot reflectie, tot inkrimping naar een nabijer horizon. We weten, dank zij de moderne psychologie, dat wereld, zelf en lichaam een eenheid zijn, dat de ene geen dynamische grootheid kan zijn bij behoud van het statische in de beide andere sferen. Klopt het hart onstuimig, dan krimpt de wereld ineen tot die van het eigen hart. De mens is zo mens in de wereld, zijn zijn in de wereld is afhankelijk van de structuur der wereld, waarin het opgenomen is. Hij schijnt op velerlei wijze tot zichzelf te komen, ook in het buiten zichzelf geraken, bijv. in de extase, als wel in de angst, beide oerphenomenen in de mens. We kunnen de mens in dit verband nog zien vanuit de polariteit determinisme—indeterminisme, gebondenheid en vrijheid, een polariteit, welke door de gehele wijsgerig-religieuze ontwikkeling heenstraalt. Allereerst kennen we de biologische fixatie aan de erffactoren,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's

1954 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 274

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1954

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 290 Pagina's