Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 209

2 minuten leestijd

DE OORSPRONG VAN DE MENS

155

beiden samen één gedicht vormen. Daarom kunnen wij soms de betekenis van wetenschappelijke gegevens in het licht van de Bijbel helderder zien, daarom kunnen wij soms Bijbelteksten door onze wetenschappelijke kennis beter verstaan. Dat dit standpunt ons wellicht enig perspectief biedt, wanneer wij de eerste hoofdstukken van Genesis correleren met de besproken resultaten van het onderzoek, moge uit het volgende blijken, waarin vier van dergelijke speculatieve correlaties haast experimenterender wijze worden uitgevoerd. (Zie fig. 19). 1. Bij een eerste correlatiepoging gaan wij er van uit dat de geslachtsregisters uit Genesis een geschiedkundige waarde toekomt. De ouderdom van het menselijk geslacht is dan 6 a 7000 jaren. Eventueel zijn deze geslachtsregisters enigzins geschematiseerd, zodat een ouderdom van 10.000 jaren niet onmogelijk geacht moet worden. Dat betekent dat de mensheid pas na de laatste ijstijd is ontstaan. De Pleistocene mensen kunnen dan nog wel mensen geweest zijn, maar zij waren prae-Adamieten, die allen uitstierven toen Adam de stamvader van de gehele recente mensheid werd. Deze redenering is begrijpelijk en logisch, maar om verschillende redenen niet bevredigend. In de eerste plaats vertonen verschillende recente volksstammen anatomische trekken, die niet als zodanig inhaerent aan H. sapiens zijn, maar teruggaan op veel oudere vormen (b.v. Australische inboorlingen). Ook is het voor verschillende volksstammen waarschijnlijk dat zij reeds veel langer dan ongeveer 10.000 jaren hun huidige geïsoleerde biotoop bewonen (Pygmeeën, Eskimo's). Van groter belang is echter dat deze redenering enerzijds de geslachtsregisters redt door hen een exact-geschiedkundige betekenis toe te kennen, maar daardoor anderzijds de gedachte, dat Adam absoluut de eerste mens was, heeft laten varen. Het één gaat dus ten koste van het ander. Nu kan men dit nog trachten te rijmen door te poneren dat pas de Adam van pl.m. 10.000 jaren geleden een volkomen mens was, terwijl aan de daarvoor levende wezens nog het een en ander ontbrak. Deze gedachte lijkt in het licht van onze kennis van de culturen der Neanderthalers en ijstijdmensen zeer onwaarschijnlijk. 2. Volgens een tweede mogelijkheid, die denkbaar en gedeeltelijk in de litteratuur te vinden is, moet de lange reeks van mensachtige wezens uit het Pleistoceen niet vóór het paradijs gesteld worden, maar er in. Dat betekent dus dat men het gehele Pleistoceen als paradijstijd

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 209

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's