1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 77
ERFEIJJKE MISVORMING BIJ DE MENS •) door J. W. BRUINS
De erfelijkheidsleer, die door middel van de zuivere inductie van het wetenschappelijk experiment in 1865 door George Mendel werd gegrondvest en daardoor werd uitgeheven boven de speculatieve beschouwingen van de voorbijgegane eeuw, vond enkele jaren later haar evenknie in de anthropogenetica, doordat de Engelsman Galton verschillende gegevens bij de mens op de juiste wijze statistisch had bewerkt. Onze landgenoot Hugo de Vries bracht, met anderen, een belangrijke bijdrage aan, doordat hij het werk van Mendel her-ontdekte en door nieuwe onderzoekingen bekrachtigde 2). Sindsdien heeft de genetica, een naam, die in 1906 door Bateson aan deze nieuwe tak van wetenschap is gegeven, een grote vlucht genomen. Weissmann zag reeds in 1890 de chromosomen als voertuigen van de erfelijke overdracht en in het begin van deze eeuw legde Morgan met zijn medewerkers de grondslag voor zijn beroemd geworden localisatie-theorie, later bevestigd door microscopische waarnemingen aan de speekselklierchromosomen. Men was in staat om door rontgenbestraling de chromosomenstructuur dermate te beschadigen en te wijzigen, dat de nakomehngschap bepaalde afwijkingen liet zien, die telkens overeenkwamen met het ontbreken van bepaalde chromomeren. Na deze tijd is het veld van onderzoek zó groot geworden, dat het noodzakelijk werd de erfelijkheidsleer te splitsen in verschillende onderdelen: op het gebied van de celleer kreeg men de cytogenetica, op het terrein van de rassen en de volken de populatie-genetica, terwijl b.v. de chemie haar intrede deed in de chemogenetica. Op grond nu van de prae-natale ontwikkelingsmechanismen ging men de wijze na, waarop een gen, eventueel genen, een bepaalde morphogenetische werking uitoefende, intracellulair en intercellulair, met de invloeden op de orgaanvorming, mede in het licht van een ^) Naar een voordracht gehouden te Amsterdam op 23 October 1954 voor de Chr. Vereniging van Natuur- en Geneeskundigen en het Amsterdams Centrum van de Nederlandse Anthropogenetische Vereniging. ^) Zie o.a. L. Algera, De geschiedenis der genetica sinds 1900, dit tijdschrift 51e jg, blz. 169 (1953).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's