1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 282
216
NIC. H. RIDDERBOS
dat inderdaad het licht geschapen werd vóór de lichtdragers; dus is de volgorde wel kunstmatig. Zoals duidelijk zal zijn, heeft volgens deze opvatting de auteur aan gewone dagen gedacht; hij dacht niet b.v. aan tijdperken. Maar het zijn niet werkelijke dagen: het spreken over dagen is inkleding. 4. Wanneer ik dan tracht een verdediging van deze opvatting te geven, begin ik met deze opmerking. Het valt moeilijk te ontkennen, dat, wie Gen. 1 argeloos leest, allicht de indruk zal krijgen: de auteur bedoelt mee te delen, dat de schepping in zes gewone dagen heeft plaats gehad. Ter waarschuwing van hen, die mede op grond hiervan een „letterlijke" opvatting zouden willen verkiezen, zij hier dadelijk iets aan toegevoegd. Wie Gen. 1 argeloos leest, zal ook allicht de indruk krijgen: de auteur bedoelt mee te delen, dat eerst de aarde is geschapen, en pas later zon, maan en sterren, enz. Maar de vraag moet gesteld worden: is het juist Gen. 1 zo argeloos te lezen? We hebben hier zeker niet voor ons het product van een naïeve schrijver. Hier spreekt een man met diepe en verheven gedachten; ik wijs alleen op de verhevenheid van zijn Godsvoorstelling. En zo is er alle reden ons met ernst af te vragen, of we zijn bedoeling a prima vista kunnen doorgronden, of we bij de eerste indruk mogen blijven staan. 5. Deze dingen krijgen te meer klem, als we rekening houden met het unieke karakter, dat Gen. 1 draagt: dit hoofdstuk handelt over het „rechtstreekse" werken Gods. Heel de Bijbel handelt over het werken Gods, maar het werken Gods, waar Gen. 1 over spreekt, draagt een speciaal karakter: het is het scheppende werken Gods. Er kan wel terecht gezegd worden, dat Gen. 1 geschiedenis verhaalt, maar het is toch wel een zeer bijzonder soort geschiedenis: de mens is nog niet „medespeler". En zo is het hier beschreven werken Gods in speciale zin voor de mens onvoorstelbaar. In verband hiermee dringt zich de vraag op; bedoelt de schrijver mee te delen, dat God de schepping in zes dagen voltooid heeft, of maakt hij gebruik van een anthropomorfistische voorstellingswijze? Omdat het hier gaat over een gebeuren, dat zo gans en al voor de mens onvoorstelbaar is, dringt die vraag zich op met meer dan gewone kracht. Heeft misschien de auteur, om ons van dat onvoorstelbare gebeuren toch enige voorstelling te geven, zich mensvormig uitgedrukt, deze voorstelling gegeven, dat God, zoals de Israëliet van die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's