Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 216

3 minuten leestijd

162

DISCUSSIE

DISCUSSIE De heer Jonker : Wat is het criterium om te bepalen of bepaalde resten van een mens of dier afkomstig ziin? De spreker gebruikte o.a. als criterium het vinden van werktuigen. Welke argumenten pleiten voor het stellen van dit criterium? De spreker : Bij de oudste mensachtige vormen is op grond van het skelet veelal niet uit te maken of men met mensen of dieren te doen heeft. Men is dan, indien zij aanwezig zijn, aangewezen op gebruiksvoorwerpen e.d. culturele uitingen. Deze worden dan 00I5; door de prominente onderzoekers als goede criteria beschouwd, daar het fabriceren van zulke voorwerpen bij dieren onbekend is. Als zoöloo? ben ik genei.^d dat als een gezond principe te beschouwen. Het zou echter van betekenis zijn, gezien het grote belang van de beslissingen die men met deze criteria noemt, wanneer dit punt uitvoerig in onze kring bestudeerd werd, met name omdat de overtuigkracht van de gevolgde redenering hierdoor zou winnen. De heer Kooijmans : Een criterium voor het mens-zijn zou men Icunnen leggen in het vermogen te spreken. Op grond van de anatomische bouw van het tongbeen, heeft men wel deze functie ontzegd aan de Neanderthaler mens, terwijl de Cro Magnon-mens wel het spreekvermogen zou bezeten hebben. Zijn uit de anatomische bouw inderdaad functies van de geest af te leiden? De spreker : Men heeft inderdaad op grond van de bouw van de binnenkant van de onderkaak wel eens menen te kunnen concluderen, dat bepaalde mensachtige vormen konden spreken of niet. Dit punt is echter omstreden. Ook heeft men wel eens (b.v. bij de Australopithecinae) gemeend dat de binnenzijde van de hersenschedel ons al of niet tot de aanweziglieid van een spraakcentrum zou kunnen doen besluiten. Ook deze gedachte wordt echter door het merendeel der huidige onderzoekers verworpen. Er zijn uit de anatomische bouw van de oudste mensachtige vormen geen functies van de geest af te leiden. Bij de hoogste vormen, zoals de Neanderthalers en de Cro Magnon-mcnsen, is de schedelinhoud weliswaar zo groot, dat men hierin wel niet anders dan mensen kan zien, maar zoals wij zagen is de herseninhoud zeer variabel en vervloeien de grenzen bij de lagere waarden. De heer Mullender : Is het niet merkwaardig, dat er niet meer dan 10 tot 30 duizend jaar geleden een grote verbreding en verdieping van de culturele ontwikkeling is begonnen. Pleit dit niet sterk tegen de vierde gestelde hypothese? De spreker : Inderdaad heeft er enkele tienduizenden jaren geleden naar onze gegevens een geweldige opbloei van de cultuur plaats gehad. Nu moeten we hierbij wel bedenken, dat de restanten die men vindt fragmentarisch zijn en dat de mogelijkheid niet uitgesloten is dat reeds voor die tijd belangrijke culturele uitingen aanwezig zijn geweest, waarvan ons geen resten zijn overgebleven. M.i. is de aanwezigheid van culturele uitingen essentiëler dan de culturele hoogte hiervan. De heer Hoijtink: Wanneer men op grond van Genesis 2 concludeert dat Eva naast Adam werd gesteld (uit de rib van Adam genomen) zou dit meer pleiten voor uw hypothese 4, dan voor de eerste drie en die zojuist voorgesteld door prof. Mullender.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 216

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's