1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 101
HENDRIK WILLEM BAKHUIS ROOZEBOOM (1854—1907)
75
het Orgaan, omdat hij meende, dat zijn gebrek aan wijsgerige kennis hem daartoe ongeschikt maakte. Roozeboom was onder-voorzitter, hij was een trouw bezoeker der vergaderingen en hij stond met hart en ziel achter het streven der vereniging. In een tijd, dat de vereniging in moedeloosheid dreigde onder te gaan (11 April 1904) zegt hij: „Indien er sprake mocht zijn van vertragen, dan wensch ik daaraan niet mee te doen, maar al de broeders ten dringendste op te wekken de handen ineen te slaan en 't schip niet te verlaten" 9). Hij deed dus wèl geheel mee, maar toch waren sommigen teleurgesteld in hem, namelijk zij, die alles verwachtten van een christelijke philosophic, de vurige Kuyperiaan Keuchenius voorop. Bakhuis Roozeboom achtte zichzelf niet in staat op dat gebied iets te presteren; het is mogelijk dat Hermanides hem door zijn voorbeeld de lust in die richting heeft doen vergaan. Als we diens verhandelingen nu lezen, staan we versteld over het vertrouwen, waarmee een vreemdsoortige verzameling van citaten en meningen als „principiële beschouwing" gegeven wordt 10). Roozeboom heeft in deze richting niets bijgedragen, omdat zijn gebied verre lag van dat der meeste leden (in de eerste tijd hoofdzakelijk psychiaters, en wel gestichtsartsen), en ook wel omdat hij er innerlijk vreemd tegenover stond. Als men zijn brieven, zijn publicaties en zijn gehele persoonlijkheid in aanmerking neemt, wordt het duidelijk, dat hij een te strenge tucht aan zijn geest oplegde, dan dat hij wijsgerige knollen voor christelijke citroenen zou kunnen verkopen. Na het overlijden van Roozeboom en Hermanides kreeg Bouman de leiding der vereniging. Bouman meende, dat „Gods Woord onze eenige richtsnoer mag en moet zijn" en voelde, met alle erkenning van de grote noodzaak van christelijk wijsgerige bezinning, niet als Keuchenius de behoefte bij Kuyper om méér te gaan vragen. Welnu, wat Roozeboom in zijn inaugurele rede als christelijke philosophic gegeven heeft, komt op hetzelfde neer. Wat hij toen gezegd heeft is een onbewuste herhaling van wat grote christelijke natuuronderzoekers uit de bloeitijd van het gereformeerde protestantisme vóór hem gezegd hebben. Ook nu nog komen we daar eigenlijk niet boven uit; het is als het Evangelie zelf: alleen maar moeilijk door zijn eenvoud. Bakhuis Roozeboom heeft
zijn grote werk „Die heterogenen
•'*) Brief 11 April 1904 aan Hermanides. De geciteerde brieven zijn in het archief der Chr. Vereniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland en in de Bakhuis Roozeboom-collectie der Bibliotheek voor Geschiedenis der Natuurwetenschappen der Vrije Universiteit. 10) „Orgaan" 1 (1901) p. 3; (1902) p. 35. „Orgaan" 2 (1903) p. 29.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's